Roemeense verdachte bekent doden Ingrid Visser en Lodewijk Severein

Een van de verdachten van de moord op Ingrid Visser en Lodewijk Severein heeft maandag bekend de twee te hebben doodgeslagen. De Roemeense Valentin Ion werd eerder al door hoofdverdachte Juan Cuenca aangemerkt als de dader. 

De Roemeen ontkende echter dat er sprake was van een vooropgezet plan. ''Ik ben niet betaald om ze te vermoorden", zei hij. ''Het liep gewoon zo.''

Ion, die een militaire opleiding heeft, zei dat hij eerst Visser doodde en daarna Severein. Hij deelde daarbij vuistslagen uit en gebruikte een vaas en een glazen asbak. Volgens de Roemeen zou Severein hem eerst geslagen hebben.

Danko

Volgens Cuenca heeft Ion ook de lichamen in stukken gehakt om de stoffelijke resten makkelijker te vervoeren en te begraven.

Eerder zei Cuenca nog dat dit het werk was van een Rus met de naam Danko. Hij zou een dubieuze zakenrelatie van Severein zijn die geld van de Nederlander tegoed had. Dit verhaal trok de verdachte tijdens de zitting weer in.

De twee staan maandag samen met nog twee verdachten terecht voor de moord op Severein en zijn partner Ingrid Visser.

Severein zou tijdens een zakelijk geschil aan de hoofdverdachte de opdracht hebben gegeven het afgelegen landhuis te huren waar topvolleybalster Visser en Severein in mei 2013 op gruwelijke wijze werden vermoord. Volgens Cuenca stond Severein onder druk van Danko en "de Russische maffia" in het zakelijk conflict.

Visser claimde een loonachterstand van 60.000 euro bij de volleybalclub Murcia 2005. Door financiële problemen werd de club opgeheven in juli 2011.

Video: Verdachte zaak-Visser geeft betalen moord toe

Zakelijk geschil

De openbare aanklager eist vijftig jaar cel tegen Cuenca. Hij was zakelijk manager van de profvolleybalclub uit Murcia, waar Visser tussen 2009 en 2011 speelde.

Tegen de Roemenen Ion en Constantin Stan, die Cuenca zou hebben ingehuurd om de moorden op de twee Nederlanders uit te voeren, eist het parket eveneens vijftig jaar cel.

Citroenboomgaard

De verminkte lichamen van Visser en Severein werden twee weken na de moord gevonden in een citroenboomgaard in Alquerías, op vijf kilometer van Murcia. Tegen de eigenaar van de gaard, Serafín de Alba, is drie jaar cel geëist voor toedekking van het misdrijf.

De zaak dient bij het Provinciale Hof van Murcia (Zuidoost-Spanje). De moeder van Visser en andere familieleden zijn uit Nederland overgekomen om het proces bij te wonen.

Tip de redactie