VN houdt Syrische regeringstroepen verantwoordelijk voor gasaanvallen

De Verenigde Naties en de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) houden Syrische regeringstroepen verantwoordelijk voor twee gifgasaanvallen op Syrisch grondgebied.

VN en OPCW onderzochten voor de VN-Veiligheidsraad het afgelopen jaar in totaal negen aanvallen in zeven regio's in Syrië. Bij acht van de onderzochte aanvallen werd chloor gebruikt.

Syrische regeringstroepen hebben volgens het onderzoek vanuit een helicopter giftige substanties gegooid op Talmanes op 21 april 2014 en op Sarmin op 16 maart 2015. Beide steden liggen in het Syrische district Idlib, waar de terreurgroep al-Nusra actief is.

Strijders van Islamitische Staat zouden bij zeker één aanval het giftige zwavelmosterdgas hebben gebruikt. Dat gebeurde in de stad Marea, ten noorden van Aleppo, op 21 augustus 2015.

Eerder onderzoek van de OPCW wees al uit dat er mogelijk chemische wapens werden gebruikt bij de aanvallen.

Akkoord

De Syrische overheid had in 2013 toegezegd alle chemische wapens te vernietigen. Het toch nog gebruiken van chemische wapens zou leiden tot sancties tegen het land.

Rusland en China hebben echter in het verleden al diverse resoluties tegen het land tegengehouden en daarmee het huidige Syrische regime gesteund. Onduidelijk is nog of het recente rapport van de VN en OPCW leidt tot nieuwe sancties. Volgende week spreekt de Veiligheidsraad over het rapport.

De Amerikaanse regering zegt in een reactie op het rapport dat het nu onmogelijk is om nog te ontkennen dat de Syrische regering meerdere malen gifgasaanvallen heeft uitgevoerd op eigen volk.

Lees meer over:
Tip de redactie