Erdogan vermoedt dat buitenlandse mogendheden betrokken waren bij coup

De Turkse president Recep Tayyip Erdogan suggereert dat andere landen betrokken zijn geweest bij de mislukte couppoging van vrijdag. 

Dat zei hij woensdag in een interview met de Arabische televisiezender Al Jazeera. De president wilde niet zeggen welke landen hij verdenkt.

Kort na het interview deelde Erdogan in een toespraak mee dat in Turkije de noodtoestand is afgeroepen. Die blijft van kracht voor een periode van drie maanden. De noodtoestand moet de autoriteiten in staat stellen snel en effectief actie te ondernemen tegen de aanstichters van de mislukte staatsgreep.

Volgens Erdogan werd de coup slechts door een klein deel van het leger gesteund. "Het gaat om een minderheid van de strijdkrachten", zei de Turkse president in het interview. "Deze terroristische organisatie wilde dat een minderheid de meerderheid zijn wil zou opleggen."

Gülen

Tot nu toe heeft Erdogan voornamelijk gewezen naar Fethullah Gülen. Hij zou verantwoordelijk zijn voor de mislukte coup en daarom wil Erdogan zijn gevolg volledig uit Turkije laten verdwijnen. Daarvoor zijn tot nu toe zo'n vijftigduizend mensen opgepakt, ontslagen of uit hun functie gezet. Het gaat vooral om militairen, rechters en leraren.  

Gülen woont sinds 1999 in zelfgekozen ballingschap in de Verenigde Staten. Turkije zegt om zijn uitlevering te hebben gevraagd. 

Volgens Erdogan zal het besluit daarover geen gevolgen hebben voor de Amerikaanse luchtmacht in de basis Incirlik, die gebruikt wordt voor luchtaanvallen tegen Islamitische Staat. "We zijn strategische partners", zei de president over de VS. "Het gaat niet om gevoelens maar om belangen."

Eerder op de avond zinspeelde de vicevoorzitter Yilmaz van Erdogans AK Partij al op een noodtoestand. Hij zei dat de regering de mogelijkheid moest krijgen om "bijzondere maatregelen te nemen".

Lees meer over:

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 6.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie