Japanners eisen compensatie om atoomtesten VS in 1954

Een groep voormalige vissers heeft maandag een rechtszaak aangespannen tegen de Japanse staat, omdat die decennia lang niet duidelijk heeft gemaakt aan hoeveel straling door Amerikaanse atoomproeven ze waren blootgesteld.

De Verenigde Staten testten in 1954 waterstofbommen op het atol Bikini in de Stille Oceaan. De 45 eisers, onder wie ook nabestaanden van gestorven vissers, eisen elk 2 miljoen yen (16.000 euro). Het is voor het eerst dat in Japan compensatie wordt geëist voor de atoomproeven, meldt The Japan Times.

Onder de codenaam Castle Bravo voerden de VS de grootste atoomproeven uit die ooit werden gehouden en die in een groot gebied radioactieve neerslag veroorzaakten. In het getroffen gebied bevond zich onder meer een Japanse tonijntrawler. Een van de 23 bemanningsleden stierf een half jaar later.

Het ministerie van Japan erkent dat destijds vijfhonderd schepen in de buurt van de explosies zijn blootgesteld aan straling, maar stelt dat het niveau van die straling de gezondheid niet aantastte.

Verborg

De vissers willen aantonen dat Japan de gegevens bewust verborg. Daardoor konden zij geen compensatie eisen van de VS. Die betaalden aan andere slachtoffers wel een schadevergoeding wegens verwondingen of geleden schade, zonder daarvoor expliciet de verantwoordelijkheid te nemen.

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 06.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie