Nederlandse onderzoekers ontdekken massagraf in Bergen-Belsen

Zeventig jaar na de bevrijding hebben Nederlandse onderzoekers een nieuw massagraf ontdekt in het voormalige concentratiekamp Bergen-Belsen (Duitsland). 

Het graf, met een oppervlakte van ongeveer 4 bij 16 meter, is gevonden op basis van getuigenverklaringen van ex-gevangenen. Dat heeft het tv-programma Nieuwsuur vrijdag gemeld.

De onderzoekers zijn gaan zoeken op aanwijzingen van Paul Verschure, een kleinzoon van de in Bergen-Belsen overleden Jan Verschure. Hij sprak met ex-gevangenen die met zijn grootvader in het kamp hebben gezeten.

Een van hen kwam met een kaart met daarop de locatie waar Jan Verschure waarschijnlijk is begraven. Daar is nu alleen een grasveld.

Metingen

Na diverse metingen op de aangewezen plek heeft de Nederlandse oorlogsarcheoloog Ivar Schute vastgesteld dat zich daar vrijwel zeker een massagraf bevindt. Om er zeker van te zijn dat zijn grootvader daar begraven is, wil Paul Verschure het graf laten openen.

Maar dat stuit op bezwaren van de Joodse gemeenschap: volgens religieuze wetten is het niet toegestaan om in Bergen-Belsen te graven, zegt directeur Jens-Christian Wagner van het huidige herinneringscentrum Bergen-Belsen tegen Nieuwsuur.

Tyfus

Jan Verschure overleed op 29 april 1945 in Bergen-Belsen, twee weken na de bevrijding van het kamp, aan de gevolgen van tyfus. Hij was een van de 35.000 gevangenen die alleen al in de laatste maanden van de oorlog stierven door besmettelijke ziektes, honger en uitputting. Hun lichamen werden in massagraven gedumpt.

Historici en archeologen gaan ervan uit dat er nog meer onontdekte massagraven in Bergen-Belsen zijn. Naar schatting liggen meer dan 10.000 slachtoffers op een onbekende plek begraven.

Lees meer over:
Tip de redactie