Iconische burgerrechtenwet VS deels geschrapt

Het Amerikaanse Hooggerechtshof heeft dinsdag een deel van de Voting Rights Act (VRA) - een burgerrechtenwet die stamt uit de jaren zestig en discriminatie bij de stembus moet voorkomen - ongrondwettig verklaard. 

De staten die onder Sectie IV van de VRA vallen hoeven voortaan geen toestemming meer te vragen om hun regels omtrent verkiezingen aan te passen.

De Voting Rights Act werd in 1965 aangenomen om discriminatie bij de stembus tegen te gaan. Sectie IV was van toepassing op delen van het land die zich in de ogen van het toenmalige Congres meermaals schuldig hadden gemaakt aan het doorvoeren van discriminerende verkiezingsregels.

Zo werden in sommige delen van het land stembelastingen ingevoerd, die zwarte Amerikanen vaak niet konden betalen. Ook moesten kiezers soms een leestest afleggen om aan te tonen dat ze geschikt waren om te stemmen. Dit betekende vaak dat laagopgeleiden - van wie het merendeel tot een minderheid behoorde - werden uitgesloten van deelname aan verkiezingen.

President Obama reageerde fel op het besluit en stelde dat discriminatie nog steeds bestaat in de Verenigde Staten. Hij liet weten 'diep teleurgesteld' te zijn.

Nieuwe regels

De vijf conservatieve rechters bij het hof stemden voor het schrappen van Sectie IV van de VRA, de vier door Democraten benoemde rechters waren tegen. De meerderheid schreef dat het principe dat sommige delen van het land eerst toestemming moeten vragen om verkiezingsregels aan te passen niet per se ongrondwettig is.

Wel is er in de afgelopen veertig jaar veel veranderd in de rassenverhoudingen in de Verenigde Staten en moet het Congres nieuwe regels opstellen om te bepalen welke delen van het land onder Sectie IV vallen, zo luidde de redenering van de rechters.

De vijf conservatieve rechters zeiden in hun oordeel dat Sectie IV in het verleden wel degelijk nodig was om tientallen jaren van geïnstitutionaliseerde discriminatie tegen te gaan. Het Congres verlengde de wet in 2006 echter voor nog eens 25 jaar, en het Hooggerechtshof vindt het onterecht dat er toen niet gekeken is naar hoe sommige delen van het land discriminatie bij de stembus in hun ogen inmiddels hebben uitgebannen.

South Carolina

De regering van president Barack Obama en diverse burgerrechtengroepen hadden de afgelopen tijd gewaarschuwd dat Sectie IV nog wel degelijk nodig is. Het ministerie van justitie stak vorig jaar nog een stokje voor pogingen van South Carolina om wetten in te voeren die kiezers zou verplichten zich te identificeren bij de stembus. Een federale rechter had geoordeeld dat de Spaanstalige bevolking in deze staten onevenredig zou worden benadeeld door deze specifieke plannen.

Burgerrechtengroepen veroordelen het vonnis van het hof. "Het Hooggerechtshof heeft in feite een van de belangrijkste en effectiefste burgerrechtenwetten uitgehold", zei Jon Greenbaum van de Lawyers' Committee for Civil Rights Under Law.

"De kans dat minderheden in delen van het land die vaker hebben gediscrimineerd nu uitgesloten worden van verkiezingen is in tientallen jaren niet zo groot geweest. Het besluit van vandaag is een tegenslag voor democratie. Kiesdistricten kunnen beleid doorvoeren om minderheden uit te sluiten bij de stembus en de enige manier voor burgers om hier tegenin te gaan zal zijn om een dure en langslepende rechtszaak aan te spannen."

Succes

Bepaalde delen van het land verplichten vooraf toestemming te vragen om kiesregels te veranderen bleek in de afgelopen decennia een bijzonder succesvolle manier om discriminatie bij de stembus tegen te gaan. In plaats van dat de federale regering discriminerende regels na invoering in de rechtszaal moest aanvechten moesten staten van tevoren aantonen dat hun plannen niet discriminerend van aard waren.

Sectie IV was van toepassing op Alabama, Alaska, Arizona, Georgia, Louisiana, Mississippi, South Carolina, Texas en Virginia. Ook delen van Californië, Florida, Michigan, New York, South Carolina South Dakota vielen er onder.

Tip de redactie