Nobelprijswinnaar Gurdon was matig scholier

LONDEN - 'Tamelijk belachelijk'. Met dat vernietigende oordeel probeerde een leerkracht in 1949 de droom van de jonge scholier John Gurdon om wetenschapper te worden uiteen te laten spatten. 

Nog geen vijftien jaar later ontdekte diezelfde Gurdon dat de specialisatie van een cel omkeerbaar is, een prestatie waar hij maandag voor werd onderscheiden met de Nobelprijs voor geneeskunde.

Er is nog hoop voor slechte leerlingen, lijkt de moraal van het verhaal. Gurdons jaren op Eton College waren geen onverdeeld succes. Hij raakte diverse malen in de problemen en luisterde slecht, schreef zijn leerkracht in zijn rapport. Het nastreven van een wetenschappelijke carrière zou niet meer dan tijdverspilling zijn.

"Zijn werk is verre van bevredigend", schreef de leerkracht. "Als hij zich niet eens eenvoudige biologische feiten eigen kan maken maakt hij geen kans om het tot wetenschapper te schoppen en het zou je reinste tijdverspilling zijn, zowel voor hem als voor diegenen die hem moeten onderwijzen."

Nadat Gurdon op Oxford had gekozen voor een studie klassieke talen, besloot hij over te stappen op zoölogie. In 1962 toonde hij dat een gemodificeerde eicel, waarvan de kern was vervangen door de kern van een volgroeide darmcel, in staat was zich te ontwikkelen tot een gewone kikker.

Tip de redactie