'Saddam Hussein vreesde geen oorlog'

AMSTERDAM - Saddam Hussein realiseerde zich dat er in Irak na de aanslagen van 11 september 2001 een oorlog dreigde, maar verwachtte deze niet direct. Dat blijkt uit stukken van de De Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD).

In totaal zijn 447 pagina's documenten met de opmaat naar de inval in Irak van 20 maart 2003 vrijgegeven aan NU.nl door een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur.

Daaruit blijkt onder andere dat door een charme-offensief naar buurlanden en vanwege een zwakke oppositie Hussein zich mogelijk veilig waande.

“Al direct na 11 september 2001 hield het Iraakse regime rekening met een verhoogde dreiging van Amerikaanse zijde. Er werden militaire voorzorgsmaatregelen genomen”, schrijft de geheime dienst in een verslag op 24 juli 2002.

“Bijeenkomsten van de leiding, in verschillende vorm, en van het Iraakse parlement vinden eveneens plaats.”

Geheime dienst

De geheime dienst constateert dat het land zich in 2002 nog niet voorbereidt op een daadwerkelijke aanval: “Een opvallende aanwijzing voor een acute dreigingsperceptie van het Iraakse regime zou zijn indien Saddam Hussein, net als in 1998 aan de vooravond van operatie Desert Fox, het militaire opperbevel zou delegeren (destijds in vier delen) aan naaste medewerkers om eventuele communicatieproblemen te ondervangen. Dit heeft tot op heden nog niet plaatsgevonden.”

Bondgenoten

Een dag eerder constateert de dienst dat er door die dreiging wel een drang bij Amerikaanse regeringsfunctionarissen en het congres is om “definitief met het regime van Saddam Hoessein af te rekenen.”

Er is geen bewijs dat Hoessein linkt aan de aanslagen van 11 september. “Daardoor valt het de VS zwaar hun regionale bondgenoten te overtuigen van een militaire campagne tegen Irak.” Militair is het land verzwakt.

Dat besef lijkt ook in Bagdad te leven en de MIVD ziet dan ook dat er verzoening met de buren wordt gezocht door krijgsgevangen uit de oorlog met Iran uit te wisselen, er een mildere toon richting de regio wordt aangeslagen en er zelfs overleg met Iran plaatsvindt.

Zwakke oppositie

Een obstakel voor de oorlog is een zwakke oppositie, die militair nauwelijks betekenis heeft en onderling sterk verdeeld is. “Momenteel stellen zij zich op als praatclubjes die voortdurend met elkaar overhoop liggen, dan weer zich met elkaar verzoenen.”

Over een bijeenkomst van de oppositie in Londen is de MIVD helder: “Ook hier werd weer een programma gepresenteerd, vol goede bedoelingen, maar 'the test of the pudding, is in the eating'.

Ondertussen is de conclusie dat de Iraakse geheime diensten buitengewoon slecht functioneerden. Ook de AIVD kwam eerder tot die slotsom.

Tip de redactie