'Overheid Haïti moet in actie komen'
AMSTERDAM - De Haïtiaanse overheid zou sneller moeten handelen om de wederopbouw van het zwaar getroffen land mogelijk te maken, zo stelt Farah Karimi, voorzitter van de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO), in een interview met NU.nl.
“Zolang de overheid geen verantwoordelijkheid neemt, is de situatie ook heel moeilijk voor de hulporganisaties”, aldus Karimi.
Volgens Karimi, die vorige week een driedaags bezoek bracht aan het door een zware aardbeving verwoeste land, is de wederopbouw in de hoofdstad Port-au-Prince vijf maanden na de ramp nog nauwelijks op gang gekomen. De noodhulpfase zal daar dan ook langer gaan duren.
Giro 555
Karimi benadrukt dat geld niet het probleem is. “Er is 111,4 miljoen euro opgehaald met giro 555, en dat is nog lang niet op. Alleen al de VN heeft materiaal klaarstaan voor 14.000 huizen.”
Dankzij de hulporganisaties hebben ruim 1,5 miljoen mensen, een zesde van de bevolking, onder andere weer onderdak, schoon drinkwater, medicijnen en voedsel gekregen.
Volgens Karimi zorgt juist het gebrek aan ruimte voor de belemmering van de wederopbouw in Port-au-Prince. “Elke vrije ruimte in de stad wordt bezet door mensen in tenten.” De hoofdstad alleen al telt zo’n 900 tentenkampen, in het totale rampgebied zijn er ruim 1300.
En er ligt nog overal puin. “Betonnen woningen zijn als een kaartenhuis in elkaar gezakt”, beschrijft Karimi. “De overheid zou grond beschikbaar moeten stellen om het puin te kunnen ruimen. Zolang dat er ligt kunnen er geen huizen gebouwd worden.”
Overheid
“Helaas is de overheid de grote afwezige bij het herstel”, zo stelt Karimi, “terwijl zij juist het voortouw zou moeten nemen.” Die verergert de situatie juist door maar langzaam de benodigde besluiten te nemen. De hulporganisaties in Port-au-Prince staan er nu min of meer alleen voor.
Dit komt volgens Karimi vooral doordat voor de aardbeving er ook al geen sprake was van goed economisch en politiek beleid. Daarnaast is er veel onderlinge strijd tussen partijen en om het presidentschap, waarbij geweld niet wordt geschuwd.
Bovendien zijn de ministeries zelf ook zwaar getroffen door de ramp. De ambtelijke infrastructuur is hierdoor bijna volledig weggevaagd.
Perspectief
“Maar je moet het wel in perspectief zien”, zo nuanceert Karimi de situatie. “Haïti was voor de ramp al een heel arm land, met een zeer dichtbevolkte hoofdstad die enorm veel krottenwijken telde. Dan komt dit er nog eens bovenop.”
De verwoesting buiten de stad is beter op te vangen, omdat daar ruimte is om het puin aan de kant te schuiven zodat er gebouwd kan worden. In de dorpen is de samenwerking met de lokale overheden bovendien veel beter.
“Het is een vicieuze cirkel waarin veel hulporganisaties nu zitten. Er moet ingegrepen worden door de overheid. Als die niet meewerkt kunnen hulporganisaties op een gegeven moment ook niet verder.”

Startpagina