'Behoud hechte handelsrelatie met het Verenigd Koninkrijk'

De Nederlandse regering moet de hechte handelsrelatie met het Verenigd Koninkrijk ook na de uittreding uit de EU behouden. Ook zou de Tweede Kamer nauw betrokken moeten blijven bij de onderhandelingen over de Brexit.

Dat staat in een dinsdag gepubliceerd rapport met aanbevelingen van de vaste commissie voor Europese Zaken van de Tweede Kamer.

De inmiddels demissionaire Kamerleden en commissieleden Marit Maij (PvdA) en Pieter Omtzigt (CDA) hebben de opdracht gekregen om de Brexit te onderzoeken.

"Elke beperking van de vrijhandel met het Verenigd Koninkrijk zal onvermijdelijk ten koste gaan van de Nederlandse export, welvaart en werkgelegenheid. Nederland heeft dan ook veel te verliezen bij een Brexit waarbij elke verbondenheid met de Europese interne markt verloren gaat", aldus de rapporteurs.

Ze pleiten ervoor in de onderhandelingen aan te sturen op een nieuwe handelsovereenkomst, omdat de partijen anders automatisch zullen terugvallen op regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). "De rapporteurs achten deze uitkomst zeer onwenselijk, omdat de nieuwe, hoge handelstarieven die daarmee in het leven worden geroepen zonder twijfel schade zullen toebrengen aan de Nederlandse economie en werkgelegenheid." 

Meerjarenbegroting

Daarnaast raadt de commissie aan de gevolgen van de Brexit voor de meerjarenbegroting (zeven jaar) van de Europese Unie te onderzoeken. De rapporteurs denken dat de nettobetalingen van Nederland aan de EU verder zullen toenemen als de bijdrage van het VK wegvalt. Nederland is nu al relatief de grootste nettobetaler aan de EU.

De rapporteurs willen dat eerder aangegane financiële verplichtingen door het VK worden nagekomen en niet op de overige lidstaten worden afgewenteld. "Het uittredingsakkoord moet hierover duidelijke bepalingen bevatten", menen ze.

Nog dit jaar zal de Europese Commissie een voorstel presenteren voor een nieuwe meerjarenbegroting. Daarbij zou Nederland volgens Maij en Omtzigt scherp moeten letten op de omvang van de EU-begroting, de verdeelsleutel voor de inkomsten en de uitgaven en de (netto) nationale bijdrage.

Rechten

De commissie verwacht dat de Brexit ook gevolgen zal hebben voor de verworven rechten van ruim zeventigduizend Nederlandse burgers in het Verenigd Koninkrijk.

Daarom wil de commissie dat de bestaande rechten, zoals de toegang tot gezondheidszorg, van deze groep gegarandeerd worden. "Wat de rapporteurs betreft, verandert de Brexit niets aan de persoonlijke leefsituatie van Nederlanders die op het moment van notificatie al woonachtig zijn in het VK", schrijven de rapporteurs.

Topprioriteit

Het garanderen van bestaande rechten zou volgens de rapporteurs bij de onderhandelingen "topprioriteit" moeten hebben. "Het is niet meer dan eerlijk en rechtvaardig om hun deze zekerheid zo spoedig mogelijk te geven. Daarmee worden personen ook geen speelbal van economische of andere belangen."

De rapporteurs denken daarbij aan het opnemen van een bepaling in het EU-uittredingsverdrag die ervoor moet zorgen dat de rechten gewaarborgd worden van mensen die deze rechten al hadden. Ze vragen daarbij speciaal aandacht voor studenten en onderzoekers die op dit moment in het VK zijn.

Top

De Britse premier Theresa May heeft maandag aangekondigd op 29 maart te willen starten met de Brexit. Op die dag zal artikel 50 van het Verdrag van Lissabon van kracht worden. Voorzitter van de Europese Raad Donald Tusk zal dan binnen 48 uur conceptrichtlijnen naar de hoofdsteden sturen.

Europese regeringsleiders komen op 29 april in Brussel bijeen om een besluit te nemen over de onderhandelingen met het VK. Zij zullen dan de richtlijnen bepalen waar de Europese Commissie zich bij de gesprekken met de Britten aan moet houden.

Tusk noemt zekerheid en duidelijkheid voor burgers, bedrijven en lidstaten het belangrijkste uitgangspunt. Hij vindt dat er alles aan gedaan moet worden om de Brexit zo pijnloos mogelijk te laten verlopen.

Zodra de richtlijnen zijn vastgesteld, kan de hoofdonderhandelaar namens de EU, Michel Barnier, met de Britse onderhandelaar David Davis gaan praten. Mogelijk gebeurt dat nog in mei. Dat is elf maanden na het referendum over de Brexit.

Uitstel

Volgens het Europees verdrag is het Britse vertrek precies twee jaar na het inroepen van artikel 50 een feit, hoewel uitstel in theorie mogelijk is. Grofweg is het schema om eind dit jaar een basisakkoord te bereiken over de scheidingsvoorwaarden.

Dat moet vervolgens nog worden uitgewerkt. Londen en sommige lidstaten willen in de tussentijd afspraken maken over de toekomstige relaties, maar of daar voldoende tijd voor is moet nog blijken.

Zowel de lidstaten als het Britse en Europese parlement moeten de afspraken voor eind maart 2019 hebben goedgekeurd.

Lees meer over:
Tip de redactie