Uitleg

Na de Brexit: Twee jaar lang onderhandelen met EU

Het Verenigd Koninkrijk heeft besloten om de Europese Unie te verlaten, maar daarmee is de kous nog niet af. Nu volgt een waarschijnlijk moeizaam en langzaam proces.

Het verlaten van de Europese Unie is iets nieuws; nog nooit eerder vertrok een lidstaat uit de EU. Hoe het precies zal verlopen is daardoor niet goed te voorspellen.

In die zin heeft de Brexit verdacht veel weg van een echtscheiding; de intenties zijn al uitgesproken, maar onder welke voorwaarden moet nog worden besproken met een advocaat aan tafel.

Sinds het Verdrag van Lissabon (getekend in 2007, eind 2009 in werking getreden) beschikt de EU wel over een officiële manier om uit de unie te treden: de Artikel 50-procedure, waarin de te nemen stappen staan vastgelegd.

Onderhandelingen

Wanneer de Britse regering de EU officiëel heeft verteld dat het voornemens is de Unie te verlaten, hebben het Verenigd Koninkrijk en de resterende lidstaten volgens de Europese verdragen maximaal twee jaar om te onderhandelen over het vertrek.

Het Verenigd Koninkrijk kan er natuurlijk voor kiezen om eenzijdig de banden door te hakken, maar handig is dat niet. De Britten zullen handel willen blijven drijven met de EU en ook op andere vlakken samen blijven werken met de resterende EU-landen.

Om maar een paar voorbeelden te noemen: er moet worden nagedacht over de status van EU-burgers die in het Verenigd Koninkrijk werken, Britse jongeren die in een andere Europese lidstaat studeren of de verzekeringen van Britse pensionado’s aan de Spaanse kust.

Het uiteindelijke akkoord moet vervolgens worden goedgekeurd door de resterende Europese regeringsleiders. Daarvoor is een meerderheid van de 27 lidstaten nodig, geen unanimiteit. De Britten hebben hierin geen stem. Mochten de onderhandelingen niet worden afgerond binnen twee jaar, dan kunnen de 27 EU-landen er voor kiezen om de onderhandelingsperiode te verlengen. Daarvoor is wel unanimiteit nodig.

Tijd rekken

Wanneer de onderhandelingen beginnen is nog niet helemaal duidelijk. Vertrekkend premier David Cameron heeft al laten weten dat zijn opvolger de officiële verklaring moet versturen naar Brussel. Dat zal daarom op zijn vroegst in oktober gebeuren.

De Britten kunnen proberen tijd te rekken en nog even te wachten met het versturen van het officiële bericht aan Brussel. Zo kan er achter de schermen worden gewerkt aan een betere deal voor de Britten.

De prominente conservatief en oud-burgemeester van Londen Boris Johnson liet vrijdag al weten dat er geen haast gemaakt hoeft te worden bij het starten van de Artikel 50-procedure. 

De rest van Europa lijkt het daar niet mee eens te zijn; regeringsleiders hebben in een verklaring al laten weten dat het Verenigd Koninkrijk haast moet maken: "Elke vertraging zou de onzekerheid onnodig lang laten duren." Na de uitkomst van het referendum kunnen de Britten waarschijnlijk niet op veel goodwill vanuit Brussel rekenen.

Noorwegen en Zwitserland

Het belangrijkste agendapunt op zowel de Europese als de Britse agenda zal de toegang tot de Europese markt zijn, zodat de Europese handel zoals nu door kan blijven gaan.

Andere Europese landen die geen lid zijn van de Europese Unie, zoals Noorwegen en Zwitserland, hebben al langer zo’n regeling. Zwitserland doet dat middels een aantal bilaterale verdragen, Noorwegen vormt samen met IJsland en Liechtenstein de de Europese Economische Ruimte (EER). EER-landen leveren ook een bijdrage aan het EU-budget.

In ruil voor deelname aan de gemeenschappelijke markt, hebben zowel de EER-landen als Zwitserland ook het Schengen-verdrag getekend. Landen die dat verdrag hebben getekend hebben afgesproken hun grenzen open te houden voor vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal.

De Britten hebben bij hun lidmaatschap van de Europese Unie juist bedongen dat zij hun grenzen niet open hoeven te stellen, en dat willen zij ook zo houden. Dezelfde deal als Noorwegen of Zwitserland zou dus in zekere zin een stap terug betekenen voor de Britten.

Ook is het onwaarschijnlijk dat het Verenigd Koninkrijk zin heeft om een bijdrage te leveren aan het EU-budget, gezien een belangrijk deel van de Brexit-campagne er juist over ging dat er geen geld meer moet worden betaald aan Brussel.

Schotland en Noord-Ierland

Los van de vorm die de relatie tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie zal krijgen, moeten de Britten ook op zoek naar een oplossing voor Noord-Ierland en Schotland. Daar werd namelijk massaal tégen de Brexit gestemd. 

In Noord-Ierland heeft de nationalistische partij Sinn Féin inmiddels al gevraagd om een stemming over afsplitsing van de Britten en samenvoeging met Ierland, om zo bij de Europese Unie te blijven.

De Schotten gingen in 2014 al naar de stembus om te stremmen over afsplitsing van het Verenigd Koninkrijk. Toen stemde een nipte meerderheid van 55 procent nog tégen onafhankelijkheid, met als belangrijk argument dat vertrek uit het Verenigd Koninkrijk ook vertrek uit de Europese Unie zou betekenen. Dat punt valt met de Brexit nu dus weg. 

De Schotse premier Nicola Sturgeon noemde de uitslag van het referendum "ten zeerste te betreuren", en sprak vrijdag al uit dat door deze nieuwe situatie een onafhankelijkheidsreferendum "weer terug op tafel ligt". "Schotland heeft een duidelijke, sterke stem uitgebracht om in de Europese Unie te blijven, en ik verwelkom die steun van onze Europese status."

Terwijl in Londen voorbereidingen worden getroffen voor het Artikel 50-proces, wordt er in Edinburg dus al gewerkt aan een tweede stemming over de onafhankelijkheid van Schotland, en daarmee het einde van het Verenigd Koninkrijk zoals we het nu kennen.

Lees meer over:
Tip de redactie