'Nieuwe museum overal in de stad te zien'

Een museum dat zich toont ver buiten de vier muren van het feitelijke gebouw. Dat beeld schetst de projectgroep van het Museum voor Beeldcultuur en Erfgoed, zoals de werknaam van het fusiemuseum luidt.

"Wij zijn echt heel enthousiast", voegt wethouder Marianne de Bie (D66, Cultuur) aan het eind van de presentatie toe.

Een museum is meer dan een gebouw, dat is de boodschap die De Bie samen met Marco van Vulpen (interim-directie Breda’s Museum), Mieke Gerritzen (directeur MOTI), Paul Frissen (Raad van Toezicht MOTI) en verantwoordelijk ambtenaar Hans Thoolen uitdraagt.

Een belangrijk onderdeel van het museale concept zoals dat op tafel ligt, bestaat uit wat het museum gaat doen. Hoe het wordt ingericht en een visie op het programma. "Uitgangspunt was: waarvoor komen mensen naar Breda", aldus De Bie. Want dat kan en moet beter. Uit onderzoek is gebleken dat slechts twee procent van de stadsbezoekers het museum als hoofdreden van een bezoek aangeeft, terwijl dat landelijk negen procent is.

"Er moet iets te beleven zijn, het moet niet alleen een kijkdoos zijn waar binnen de vier muren wat gebeurt", aldus De Bie. Binnen die vier muren - die van het gebouw van MOTI, waar het museum komt - is al wel een indeling geschetst. Beneden de vaste opstelling van het museum met een zaal gericht op jeugd, op beeldcultuur en het verhaal van Breda. "Daar gaan beeldcultuur en erfgoed samen", aldus Gerritzen.

De drie zalen boven zijn bedoeld voor wisseltentoonstellingen. "Omdat het succes van een museum ook afhangt van dit soort exposities is daarvoor een ruim budget vrij gemaakt van vijf ton, waardoor je ook voldoende geld hebt om cofinanciering te krijgen", aldus de Bie.

Lees meer op BredaVandaag

Lees meer over:

Mail de redactie

Mail de redactie
Heeft u tips of opmerkingen over het regionale nieuws op NU.nl? Mail dan de redactie op 
Tip de redactie