Julio Llamazares - De Gele Regen

Somber boekje over een Spaans dorpje waar de laatste bewoner weigert te vertrekken.

Andrés van Casas Solas is de laatste bewoner van het bergdorpje Ainielle in de Spaanse Pyreneeën. Wegens gebrek aan werkgelegenheid vertrok de ene na de andere bewoner, en Andrés zag ze met lede ogen hun huisraad op een karretje stapelen en het dorp verlaten. Hijzelf weigert te gaan, zoals zijn zoon Andrés is weggegaan. Zijn twee andere kinderen zijn al dood: de ene sneuvelde in de Spaanse Oorlog en de andere aan tuberculose, en zijn laatste overgebleven zoon trekt het ook niet meer. Netzomin als zijn echtgenote, die in deze gekmakende, loodzware eenzaamheid de verlichting kiest van de dood door zelfmoord.

Izegrim

Halverwege deze bescheiden roman (het boek telt krap honderdvijftig pagina's) kunnen wij de beslissing van de vrouw van harte begrijpen. Als het verlaten dorp haar niet gek had gemaakt, had haar deprimerende echtgenoot dat wel gedaan. Pagina na pagina schrijft Llamazares vol met de naargeestigste gedachten van de oude Andrés, die alleen nog leeft omdat zijn hart klopt en hij af en toe wat eten voor hem en zijn hond (dat arme beest) bij elkaar schraapt. Voor de rest is het verhaal een Izegrim-portret van verval en vergankelijkheid met de naderende dood alom vertegenwoordigd via geesten en vermolmende huizen.

Alweer die Marquez

De flaptekst vermeldt dat Llamazares zelf uit zo'n dorp komt dat uitstierf, en zijn droefenis om dat wat ooit was, heeft hij beschreven in De Gele Regen. Zou zijn psycholoog hem dat hebben aangeraden? Daar lijkt het op, want het moet hem vreselijk naar de keel hebben gegrepen. Daarom is ook niet direct duidelijk waarom op diezelfde flaptekst wordt verwezen naar gelijkenis met Gabriel García Marquez. Niet alleen is dat een nogal uitgemolken predicaat zodra het een Spaanse roman betreft, maar er valt in dit hele boek geen spoortje te bekennen van de fonkelende sprankel en liefde voor mensen en folklore die het oeuvre van genoemde schrijver typeren.

Adder

Het spraakmakendste event in De Gele Regen is dat Andrés door een adder wordt gebeten, en een paar dagen geplaagd door hevige koortsdromen op zijn bed doorbrengt. Als hij opknapt en daarna zijn sombere mijmeringen voortzet, tijdens zijn omzwervingen door het dorp dat steeds verder in verval raakt, is er wederom geen flintertje licht in zijn overpeinzingen te ontdekken dat hij toch weer elke dag de zon kan zien opkomen, de wisseling der seizoenen kan aanschouwen en de gele regen - die soms verwijst naar vallende bladeren, dan weer naar de tand des tijds of naar regendruppels die geel stof absorberen. Llamazares heeft er een handje van zijn metaforen te recyclen, ondanks de het kleine aantal bladzijden.

Prozaïsche kwelling

Het dorp is dood, maar die laatste overgeblevene weet het niet tot leven te wekken. De inwoners die zijn vertrokken krijgen geen gestalte door de herinneringen van Andrés, alsof hij een oude vergeelde foto inkleurt. Er zijn geen anekdotes, geen verhalen, geen mensen met hun karakteristieke eigenschappen, geen huwelijken, geboortes of feestdagen. Marquez' Macondo is onsterfelijk geworden, voor Ainielle heeft Llamazares het rouwproces beschreven en zij zal voor altijd dood zijn. Haar pijnlijke, mistroostige stervensfase hebben we tot en met de laatste seconde ondergaan. Het was een kwelling, maar een knap geschreven kwelling, dat wel.

De Gele Regen - Julio Llamazares
Uitgeverij Signature


Bestel dit boek direct:


De gele regen
J. Llamazares

Tip de redactie