The Stolen Child - Keith Donohue

Fantasy is altijd een glibberig genre geweest. Trollen, elfjes en magiërs; door miljoenen wordt deze stroming met een bezeten religiositeit aanbeden. Maar even zovele stampen het genre vrolijk de grond in, want hoewel ook de thema's in de fantastische fictie vaak appelleren aan de worstelingen in het menselijke brein, wordt het door literatuursnobs niet altijd als volwaardig gezien. Sprookjes zijn voor opgroeiende kinderen, luidt het adagium.

Kinderen op weg naar volwassenheid. Laat daar nu net een roman over verschenen zijn. Tenminste, hij noemt het een roman: de ietwat muizig uitziende Keith Donohue waagt zich in het wespennest door uitgerekend het alledaagse van literatuur met het onwerkelijke van fantasy te willen verenigen en schreef - geïnspireerd door het gelijknamige gedicht van William Butler Yeats - zijn debuut over de eeuwenoude legende van de zogenaamde wisselkinderen. Die verhaalt over de akelige, griezelige mythologische wezentjes - de faeries - die kinderen uit de mensenwereld ontvoeren en vervolgens doodleuk één van hun eigen verdorven soort in plaats van het kind planten, om op te laten groeien onder de onwetende mensen.

Monstertje

Henry Day is zo'n naar monstertje. Of beter gezegd: hij was er eentje. In de negentiende eeuw werd ook hij ruw onttrokken aan de mensenwereld om bij de faeries op te groeien en nu - in het roerige Amerika in het tijdperk net na de Tweede Wereldoorlog - is zijn tijd aangebroken om de plaats in te nemen van de échte Henry Day. Ondertussen neemt de échte Henry onder de curieuze naam Aniday zijn vacante plaats in te midden van de faeries. Volgt u het nog? Het is maar goed dat Donohue per hoofdstuk afwisselend Aniday of Henry aan het woord laat. Terwijl Aniday vooral te maken krijgt met nieuwe indrukken, vrienden én vijanden, een harde wereld waarin overleven en vergeten van het verleden centraal staan, lijkt het zijn dubbelganger aardig voor de wind te gaan bij de mensen. Onderhuids broeit het echter ook bij hem; hij wordt verscheurd door zijn verleden als bosbewonend duivelskind en schuldgevoelens tegenover zijn omgeving die van hem houden als Henry Day, hun zoon, broer, echtgenoot en vriend. O wee als zijn omgeving achter het gruwelijke bedrog komen.

Sprookje

Toegegeven, het uitgangspunt is zonder meer origineel. Donohues faeries zijn ook niet die lieftallige gevleugelde elfjes die we zo goed uit de sprookjes kennen, maar hebben meer weg van een bende uit de aarde getrokken verwilderde kinderen; verlaten en verstoten door iedereen, met een eeuwig jeugdige uiterlijk en een ouder wordende kwellende geest. Het kenmerkende magische element uit de fantasiewereld is beperkt gebleven tot de miraculeuze metamorfose van de wisselkinderen. Zo doe je dat dus: je stript alle magie uit het verhaal en verenigt zo fantasy en literatuur. 'The Stolen Child' is dan slechts een modern sprookje voor volwassenen over een zoektocht naar identiteit, schuld uit het verleden en het verdwijnen van een oeroude levensvorm en is in dat opzicht niet eens zo slecht.

Stuurloos

Toch dobbert Donohue naarmate de ontknoping nadert een beetje stuurloos rond. Een spetterende climax of relevante moraal blijft uit. Geen échte confrontatie tussen Aniday en Henry, boontje komt niet om zijn loontje. De vraag rijst dan waarom Donohue zich zoveel moeite getroost heeft: een roman over faeries en wisselkinderen zal bij lange na niet alle lezers aanspreken en in het ergste geval zelfs afstoten. Dat is echter een keuze. Kwalijker is het gebrek aan een zekere dynamiek.

Zeker, Donohue is een uitstekend schrijver, maar wil nogal eens teveel uitleggen en laat niets aan de verbeelding over waardoor hij tevens de spanning uit zijn verhaal zuigt. De opeenvolgende hoofdstukken, afwisselend verwoord door Aniday en dubbelganger Henry Day voelen en lezen alsof ze door dezelfde persoon zijn geschreven, met exact dezelfde vocabulaire. Een gemiste kans, want juist met zulke tegengestelde karakters - een sprookjeswezen dat wanhopig graag mens wil worden en een mens dat langzaam tot sprookjeswezen verwordt - biedt een schat aan mogelijkheden om met verschillende schrijfstijlen te spelen.

Monotoon

Nog een voorbeeld van zo'n gemiste kans: de tijd na de Tweede Wereldoorlog in de Verenigde Staten was zonder meer roerig, met als fonkelende juweel in die kroon de controversiële Vietnamoorlog. Hoewel Donohue er wel naar refereert dienen dit soort tijdsbepalende gebeurtenissen in zijn universum slechts als noodzakelijk geacht bloemetjesbehang, waardoor de karakters onaangetast schijnen te zijn en het verhaal grijs en monotoon blijft.

Ach, good ol' Donohue laat zich hierdoor niet uit het veld slaan, hij kabbelt lekker verder waarbij hij de twijfels en het verhaal van de bedrieger Henry Day uiteindelijk buitensporig beter in de vingers lijkt te hebben dan de muizenissen van de ontvoerde Aniday, hoe tragisch en meelijwekkend het relaas van zijn rap door modernisering inkrimpende wereld ook moge zijn.

Uitgeverij: Doubleday


Bestel dit boek direct:


The Stolen Child
Keith Donohue

Tip de redactie