Walter van den Berg - Van dode mannen win je niet

De ik-figuur in Van den Bergs nieuwe roman is een personage om kippenvel van te krijgen. Losse handjes en een leemte in de prefrontale cortex.

Het boek heeft de structuur van een bekentenis aan 'stiefzoon' Wesley, de zoon van de kapster met wie de ik-figuur een relatie heeft. Had.

Want ook bij de kapster heeft hij het verbruid met zijn losse handjes en prefrontale cortex waar de bekende smoes uit komt: "Kan ik het helpen, dan moet je maar niet...' Het zelfbeklag is al in de titel vervat.

De man die zich als geweldenaar ontpopt, is als een virus. Onzichtbaar tot het zich manifesteert. En ze zullen altijd een prooi vinden; er zijn altijd vrouwen die zich laten inpakken zonder te doorzien dat hun beoogde ridder handelt uit zelfzucht.

Roofdier

In deze roman vallen ze voor de vent die boodschappen draagt en een schilderijtje ophangt, en zetten er verder geen vraagtekens bij dat hij geen vaste baan of verblijfplek heeft. Totdat de val achter ze dichtklapt.

In Van dode mannen win je niet zien we hem zijn nieuwste aanwinst - de kapster met haar zoontje Wesley - om zijn vinger winden, en hoe hij tijdens die relatie alvast een strategisch web rondom de volgende aanlegt, als een roofdier dat onvermoeibaar zijn omgeving afstroopt op bruikbare middelen.

Zijdelings wordt een ex aangestipt die zich nog altijd huiverend voor hem verschanst. De schrijver kan in twee zinnen neerzetten hoe machteloos een straatverbod is als iemand zich wil vermaken met een potje terroriseren.

Kippenvel

De koele berekening van 's mans modus operandi is kundig verbeeld met de minimalistische schrijfstijl en emotieloze toon. Beperkt idioom volstaat voor dit basale leven, en daar zit 'm tevens de kneep. Tot ongeveer tweederde is het kippenvel, met deze lomperik die zich door niemand iets laat vertellen en hard uithaalt als hij een kwade dronk heeft of als "iets in haar toon of blik" hem niet bevalt.  

Maar de roman bestaat alleen uit zijn handelingen, tot uitdrukking gebracht met die gevoelloze toon. Een korte novelle is meer geschikt als het hoofdpersonage allang is afgerond, en er geen andere invalshoeken komen om de roman op sterkte te houden.

Uitgeverij de Bezige Bij

Lees meer over:

Facebook & Twitter

Facebook & Twitter
Volg het nieuws van NU.nl/Entertainment ook op Facebook en Twitter
Tip de redactie