Gepubliceerd: 
Laatste update: 
23 september 2013 13:01
23 september 2013 14:19

Donna Tartt - Het puttertje

Een New Yorkse jongen en het distelvinkje van de Nederlandse schilder Fabritius, Het puttertje, hebben sleutelrollen in de vuistdikke nieuwe Tartt.

Ze is er. De nieuwe (van) Donna Tartt, die in 1992 doorbrak met het sensationele De verborgen geschiedenis, tien jaar later gevolgd door Mijn kleine vriend. Ook deze nieuwe roman liet ruim tien jaar op zich wachten, en Nederland kreeg de primeur.

Het boek opent met een ontploffing in een museum in New York. De 13-jarige Theo Decker is daar met zijn moeder, waar hij geïntrigeerd raakt door een meisje dat net als hij de kunstwerken bewondert. Theo draalt, zijn moeder loopt door - regelrecht het epicentrum van de explosie in.   

Het tafereel dat volgt, is Tartt ten voeten uit. Een uitgesponnen beschrijving met beeldende zinnen van chaos, ontreddering en verlorenheid, de bloedstollende weergave van een wereld die van de ene seconde op de andere in stukken uiteenbarst.

Want dat is ook wat met Theo gebeurt; Tartt zet met deze ouverture de lijnen van een bijna Dickensiaans verhaal uit. Theo staat opeens alleen op de wereld (zijn vader was al eerder met de noorderzon vertrokken) en is in het ongemakkelijke bezit van Het puttertje van Fabritius, dat hij uit de verwarring van de aanslag wilde redden. De band tussen dat vogeltje, geketend aan een pootje, en Theo wordt met treffende bespiegelingen in het verhaal vervlochten.

Pippa

Ook heeft Tartt haar jonge protagonist op deze manier gekoppeld aan het roodharige meisje, Pippa. Zonder haar was hij met zijn moeder meegegaan. Voor Theo vertegenwoordigt zij het leven dat hij kende van vlak voor de verwoestende ommekeer. Hij zoekt haar op, in een woonwinkel waar antieke meubels worden gerestaureerd.

Dat oude ambacht, waar Tartt fraai gedetailleerd op ingaat, versterkt de Dickensiaanse sfeer. Net als het zeer gefortuneerde gezin, de Barbours, waar Theo een tijdelijk pleegadres vindt, en bij wie de sporen van oud-Europese chic zich vertalen in de opulente inrichting, tradities, omgangsvormen, namen. Bij twee van de telgen van de Barbours en hun houding jegens Theo zit zelfs een zweem Verborgen geschiedenis.

Theo's leven, en daarmee ook de sfeer in de roman, wordt opnieuw omver getrokken als zijn biologische vader ten tonele verschijnt en hem claimt. Weg oude chic: vader woont in Las Vegas. Antiek en kunst maken plaats voor een West Coast-stad als de binnenkant van Alladin's wonderlamp.

Kloof

In Het puttertje gaapt de kloof tussen East en West. De theedrinkende dames met geheven pinkje in New York worden vervangen door zonnebankbruine vrouwen met schorre stemmen van het roken en siliconenborsten die uit krappe mini-jurkjes knallen.

Klatergoud waar Theo de morsige achterkant van meekrijgt. Theo, tot dusver overtuigend neergezet door Tartt als een jongen met opmerkelijk aanpassingsvermogen, schikt zich wederom. Maar zo bevlogen door kunst als hij kon zijn in New York, zo nihilistisch wordt zijn leven in Las Vegas.

Enter Boris, zoon van een Oekraïense vader. Boris is van de pillen en de drank, Theo laat zich meeslepen. Bij deze passages is Tartts precieze stijl geen voordeel, want bij een drugsgerelateerde dagbesteding zijn personages statisch; roes, geklets in de ruimte, inzinking en koppijn, en dan weer opnieuw.

Boris is een memorabele lawaaitrapper, maar in dit decor is de nietsnutvader de interessantste, als manische man die zich in de losgezongen gokwereld tegen wil en dank vastklampt aan de onbetrouwbare geluksfactor.

Verademing

Het is een verademing als Theo naar New York terugkeert. Na de ongrijpbare glitz van Vegas  hervindt hij de kalmte bij de antiekrestaurateur, waar de tastbare objecten voor schoonheid en vakkunst staan. Juist daar, met het hete hangijzer van Fabritius veilig opgeborgen, waar Theo kan uitblazen en de verdieping zoeken waarnaar hij duidelijk verlangt, laat Tartt hem een sprong voorwaarts maken van acht jaar.  

Dan is Theo begin twintig, en een door de wol geverfde antiekverkoper. Maar een die neigt naar Patricia Highsmiths Tom Ripley, die bij de handel dubieuze foefjes toepast. Het brengt Theo in de gevarenzone van een gewelddadige wereld, waar hij eigenlijk niet thuishoort. Zoals mevrouw Barbour al over hem opmerkte: hij is een jongen die van nature door de schoonheid van de kunst wordt gegrepen én gedreven.

Dat die edele voorliefde van Tartts protagonist hem juist in het nauw brengt, is in honderden pagina's pure vertelkunst vervat, met de vaste ondertoon van kunst als troost en als bron van bezinning, versus bruikbaar middel voor lieden die waarde alleen in harde valuta zien.

Tartt beweegt zich als de schrijvende magiër door deze uiteenlopende werelden, en ze is gul met omwegen, bespiegelingen en personages in deze epische roman.

Uitgeverij: De Bezige Bij
Vertaling: Sjaak de Jong, Paul van der Lecq en Arjaan van Nimwegen

Door: NU.nl/Anne Jongeling

Beoordeling:

Gerelateerde artikelen

Lees meer over

Eerdere berichten

Eerder

Facebook & Twitter

Volg het nieuws van NU.nl/Entertainment ook op Facebook en Twitter.

Lees meer

'Gewone' Bijbel

De Bijbel in Gewone Taal is verschenen. Het gaat om een nieuwe vertaling uit het Hebreeuw, Aramees en Grieks in 'gewone mensentaal', aldus de uitgever.

Lees meer

Joan Rivers

 Er komt een biografie over Joan Rivers in 2016. Het boek wordt geschreven door Vanity Fair- en New York Times journalist Leslie Bennetts.

Lees verder