Honderd Tinten Wit - Preethi Nair

Honderd Tinten Wit is de makkelijk weg te happen roman van de Brits-Indiase schrijfster Preethi Nair. Net zo makkelijk te behappen als de gerechtjes Indiase stijl waar het hele boek door rijkelijk mee gestrooid wordt. Dat eten biedt een Indiase moeder houvast, die zeer tegen haar zin naar Engeland is geëmigreerd waar haar man werkt. Haar twee kleine kinderen Maya en Satchin doen zich in no-time tegoed aan hamburgers en vissticks, maar moeder probeert middels Indiase kruiden en recepten de cultuur te behouden.

Hapjes voor de ziel

Dat culinaire aspect is een beproefde formule en vaak met succes toegepast, maar in dit boek komt die niet helemaal uit de verf. De magie van de Aziatische wortels die Nair’s landgenoten als Salman Rushdie en Arundhati Roy de Booker Prize hebben bezorgd, weet Nair niet tevoorschijn te toveren.

Dat is deels te wijten aan de luchtigheid waarmee ze de levens voorschotelt van haar hoofdpersonages, die toch niet ongecompliceerd zijn – en verhalen en anekdotes heeft ze genoeg. Maar het struikelblok is dat Nair geen literair zwaargewicht is.

Het verhaal begint vanuit het perspectief van de jonge Maya, die in India wordt geboren. Ze is dan nog een peuter en daarmee lijkt die wat kinderachtige schrijfstijl op zijn plaats. Maar als de mensen volwassen worden en ook het vertelperspectief naar de moeder wordt verplaatst, blijft het proza steken op datzelfde babbelende niveau.

Mosterdzaadjes en pepers

Nair doet haar best met de romantiek van mosterdzaadjes en fijngewreven rode peper, maar de gerechten willen maar niet fijn dampend op tafel komen waarbij je verlangend gaat watertanden naar het beloofde zielenheil. Zielenheil? Ja, want Maya’s moeder komt er alleen voor te staan met haar kids, maar krijgt haar leven weer op de rails door een winkeltje te openen met allerlei zelfgemaakt lekkers waar haar geknakte cliëntèle genezing in vindt.

En daar wordt het verhaal wel erg snoezig: nog steeds niet onprettig, maar wel net zo gesuikerd als de potten ingemaakte mango’s. Met een pijpje kaneel erbij voor de gemoedrust. “Wonden helen door kurkuma en door duizenden stempels van saffraan. Ze zijn helder geel of diep oranje, als een verwarmende zon, en worden ons gegeven om pijn en onrechtvaardigheid te verzachten en te genezen,” zegt mams. En het wemelt van zulke Klazien uut Veen-wolligheden.

Er is geen gebrek aan drama, want ook de moeder/dochter-relatie die als zwaarwegend Leitmotiv moet dienen, komt in zwaar weer. Maar door dat vrijblijvende feelgood-toontje word je niet bij je nekvel gegrepen. Wellicht heeft Nair bij het schrijven iets te veel vergevingsgezinde sesamkoekjes gesmikkeld.

Tip de redactie