Kees van Kooten wil meer fictie schrijven

Kees van Kooten zegt "geen fantasie" te hebben voor een roman, maar het schrijven van het Boekenweekgeschenk smaakte misschien toch naar meer.

Een 'staande uitnodiging', had Van Kooten (1941) om het Boekenweekgeschenk te schrijven. "Wanneer ik een keer tijd zou hebben en het thema zou me aanspreken, zou ik het doen."

Het historische thema 'Gouden tijden, zwarte bladzijden' van dit jaar, lijkt bovendien gemaakt voor de schrijver van vele autobiografische boeken als Hedonia en Veertig.

In De verrekijker gaat hij op zoek naar het verhaal achter een verrekijker die zijn vader gevorderd lijkt te hebben tijdens de Nederlandse mobilisatie in de Tweede Wereldoorlog. Daarbij als vanzelf terugblikkend op die belangrijke periode in de vaderlandse geschiedenis, maar ook op zijn eigen verleden en dat van zijn vader.

Contractueel is vastgelegd dat het boekje niet over het thema van de Boekenweek hoeft te gaan, maar Van Kooten vindt het "een beetje een zwaktebod" als schrijvers dat niet doen. "Ik had ook vaak het idee, ik noem geen namen, dat ze nog iets hadden liggen en dat naar 92 pagina's hebben uitgebreid", stelt hij.

Bovendien had hij er nu het nodige half jaar de tijd voor. "Want ja, dat aantal is zo abstract hè. Al weet ik dat ik me daar niks van moet aantrekken."

U bedoelt het aantal mensen dat het Boekenweekgeschenk leest?

"Ik meen te weten wie mijn lezers ongeveer zijn en dat zij bepaalde dingen van mij weten. Maar nu lezen 800, 900 duizend mensen het die mijn werk niet kennen. Kan ik bepaalde dingen dan wel bekend veronderstellen?"

Wat voor dingen?

"Dat ik gek ben op woordspelingen, dat ik nogal de neiging heb in zeven sloten tegelijk te lopen. Dat ik geen fantasie heb. Dus, dacht ik, dan moet ik het toch meer van de grond af aan opbouwen."

U zegt dat u niet veel fantasie heeft?

"Neee. Dat is geen valse bescheidenheid hoor, want een paar dingen kan ik héél erg goed. Maar een roman schrijven bijvoorbeeld zal ik nooit doen. Nee."

Nee?

"Nee, als je kijkt wat er op dat gebied nu gebeurt in Nederland. Met A.F.Th., Tommy Wieringa, Oek de Jong, Peter Buwalda. Die pillen van 400, 500 bladzijden, die dan ook nog helemaal kloppen. Dat kan ik nooit, daar zou ik hónderd jaar over doen, gesteld dat ik het zou halen."

Maar kijkt u dan niet teveel naar wat anderen doen? U hoeft toch niet zoiets te schrijven als A.F.Th. van der Heijden?

"Nee, dat hoeft ook niet. Maar dat compositorische vermogen, de diepte, al die lijnen. Het duizelt me al bijna bij het lezen, dat zou ik nooit kunnen schrijven."

"Ik moet het vanuit mezelf hebben en halen. Dus heb ik altijd lijnen getrokken uit die jeugd van mij. Van die oorlog en net daarna, naar nu. En kijken wat er intussen veranderd is en wat er onderweg heeft plaatsgevonden. Daar stuit ik wel steeds op nieuwe dingen. En nu was er dit thema."

Uithoud

Tussendoor vertelt Van Kooten een anekdote die ook in De verrekijker staat: "Het is mogelijk om 1000 boeken op je iPad te hebben, maar dan gaat er sentimentalisme meespelen. Het verschil tussen de inhoud en de uithoud van een boek. Het zijn mijn huisgenoten weet je wel. Je kent die ruggetjes. Heb je dat ook met boeken? Je gooit ze nooit weg, in de papierbak ofzo. Dat kan niet."

Zelf heeft hij geen iPad, geen Twitter en geen Facebook. "Ik heb me nu eindelijk aangeleerd om alleen even te kijken of ik mail heb als ik opsta en wanneer ik naar bed ga. Tussendoor niet. Het zou net zo gek zijn om elk kwartier naar de brievenbus te lopen om te kijken of er post is. Het is zo'n tijdverlies."

Wel zegt de schrijver blij te zijn met Google en Wikipedia, al ziet hij "ongelooflijk veel" fouten. En wat Van Kooten vooral jammer vindt: "Vroeger kon een schrijver fantaseren, want het viel toch niet te controleren. Dat heeft heel veel opgeleverd in de literatuur- en filmgeschiedenis. Dat pad is afgesloten, door Google."

Er bestaat toch nog steeds fictie?

"Jawel.. Maar fictie zó doortrapt geloofwaardig maken, kan niet meer. Dat je denkt, jeetje, zou Annie M.G. Schmidt daar echt gewoond hebben in Berkel en Rodenrijs in 1940? Weet je wel. Dat is te verifiëren."

U verwijst nu naar een passage uit De verrekijker; daar staan dus toch stukjes fantasie in.

"Ja, ik heb mezelf gedwongen te fantaseren: hoe zou het gegaan kunnen zijn. Dat had ik nooit eerder gedaan."

Denkt u nu niet, dat wil ik meer?

"Jawel. Mijn leven is eindelijk een beetje zonder deadlines. Ik heb 35 jaar elke week een column gemaakt (voor Humo) en heel lang elke zondag televisie, elke zomer scheurkalenders. Pas nu heb ik echt kunnen werken zoals ik hiermee heb gedaan. Elke dag alles van kop af aan lezen, en dan verschuiven. Want ik schrijf eerst alles op de hand, dan op de laptop."

U schrijft eerst alles met de hand?

"Ja, eerst klein met potlood, zodat ik kan uitvlakken. En dan schrijf ik het netjes over met vulpen in inkt. Dat vind ik al veel plechtiger. Daarna zet ik het geheel op de laptop en ga ik schuiven."

"Maar om terug te komen op de vraag of dat naar meer smaakt, ja, in die zin wel. Ik zie nu, als ik niet word opgejaagd en ik durf die tijd te nemen, dat ik misschien toch een extra laatje in het hoofd heb zitten."

Lees meer over:

Facebook & Twitter

Facebook & Twitter
Volg het nieuws van NU.nl/Entertainment ook op Facebook en Twitter
Tip de redactie