Denis Johnson – Treindromen

Parel van een novelle over een onherkenbare tijd in het Amerikaanse Idaho, waar een eenzame man zich in het dagelijks leven overeind houdt. Genomineerd voor de Pulitzer 2012.

In een novelle van amper negentig pagina’s beschrijft Johnson het bestaan dat voor vele Amerikanen nog geen eeuw geleden werkelijkheid was. Ontbering, zwoegen, en vaak eenzaamheid; een hard en sober leven zonder vluchtwegen, ver voor het entertainment als afleiding een kolossale industrie in de VS zou worden.

Als het boek begint lijkt de roman zich in de richting van Ron Rash’ Serena te bewegen, die even grootse roman over het begin van de grootschalige houtindustrie. Johnsons hoofdpersoon Robert Grainier – dan nog niet als zodanig gemarkeerd – werkt mee aan de bouw van het spoorwegennet.

Met een paar collega’s pakt hij een Chinese arbeider hardhandig aan. De Chinees weet te ontkomen, maar bijt hen op zijn vlucht nog iets in een vreemde taal toe.

De vloek

Een vervloeking? Grainier denkt daar pas vele jaren later aan, als hij in alle eenzaamheid een woonhut opnieuw probeert op te bouwen op zijn stukje grond. Daar is zijn bestaan door een vreselijke vlammenzee in de as gelegd, waarbij zijn vrouw en baby om het leven kwamen. Met alleen het gezelschap van zijn hond voorziet Grainier zich in zijn onderhoud met simpele baantjes die eerder door toeval op zijn weg komen.

Ook dat gebrek aan planning of maatregelen om alles voor te zijn, is iets wat niet meer van deze tijd is. Het is leven met de dag, of beter, overleven met de dag en met heel weinig toe doen.

Zou Johnson ons dat met deze schitternovelle willen meegeven? Of dat we door onze huidige levenswijze, die is ingericht met overvloed, een mystieke kant van onszelf hebben afgesloten?

Dodenbezoek

Want zie de intense passage dat Grainier door de geest van zijn overleden vrouw wordt bezocht, net als Thomas Cave van Georgina Harding, die in zijn eentje overwinterde op de Noordpool.

Onze overleden dierbaren blijven dichtbij ons, maar niet als ze zich door herrie heen moeten wurmen van de oprukkende steden, die met de nieuwe spoorlijnen met elkaar worden verbonden.

Ze komen eerder op de plekken die Grainier verkiest, waar het gehuil van de roedels wolven ’s nachts langs de Rocky Mountains galmt, de Kootenai River stroomt en het gefluit van locomotieven in de verte blijft.

Levenskracht

Het is het soort omgeving waar, zo lijkt het, het acceptatievermogen van de mens sterker is, getuige de zwerver die berustend zijn dood afwacht, de indiaan die symbolisch op de rails wordt verpletterd, de man die laconiek vertelt hoe hij door zijn eigen hond is neergeschoten.

In Treindromen verstaan ze de kunst van het leven zelf, zoals het rouwen of het aanvaarden van rampen, van verlies en opnieuw beginnen. Hoe klein Treindromen ook is, het verhaal is sterk genoeg om niet alleen heel lang te beklijven, maar ook om aan terug te denken als we iets van de levenskracht van Robert Grainier kunnen gebruiken, al zou een bescheiden man als hij daar verbaasd van opkijken.

Uitgeverij Ambo | Anthos
Vertaling Maarten Polman

Tip de redactie