Peter Carey - De chemie van tranen

Een Engelsman uit de 19de eeuw heeft de wereld iets bijzonders nagelaten, een ingenieus geconstrueerde kunstvogel. In de 21ste eeuw wordt deze 'automaton' door een restaurator hersteld.

We leren de veertiger Catherine Gehrig, restaurator in een fictief museum in Londen, op het moment dat haar wereld instort kennen. De collega met wie zij dertien jaar een geheime relatie had, is bezweken aan een hartaanval.

Catherine’s baas is de enige die van de affaire op de hoogte was, en hij geeft haar een ambitieus project om haar aandacht af te leiden: de restauratie van een kunstvogel uit de 19de eeuw.

Het artefact is afkomstig van ene Henry Brandling en wordt vergezeld van ‘s mans dagboeken. Catherine leest dat de kunstvogel bedoeld was om Brandlings ziekelijke zoon op te peppen.

De vader spaart kosten noch moeite en reist naar het Duitse woud van de gebroeders Grimm. Waar anders zou Brandling de technische talenten vinden die bij machte zijn om zijn ambitie te verwezenlijken.

Dagboeken

Als ruim anderhalve eeuw later Catherine de dagboeken over Henry’s verblijf in dat obscure, duistere woud bestudeert, wordt ze steeds dieper in zijn persoonlijke verhaal getrokken - al zal ook de wodka daar debet aan zijn, die ze als troost overvloedig naar binnen giet.

Carey suggereert zelfs hoe ze door een wormgat in de tijd over Henry’s schouder meekijkt naar het wordingsproces van de vernuftige kunstvogel. Stilistisch speelse parels die de sfeer van technische dromelarijen - de sky is de limit - bekrachtigen.

Mirakel

Carey wisselt op even overtuigende wijze van vertelperspectief tussen Henry’s 19de-eeuwse belevingswereld en de 21ste-eeuwse Catherine.

Hij maakt Cats soms onhebbelijke gedrag voor de lezer te behappen door een assistente aan haar arm te haken die van onschatbare waarde blijkt en geduldig Catherine’s stemmingswisselingen ondergaat. Wat telt is het eindresultaat, het restaureren van dat mirakel.

Het is bijna obsessief, zo niet echt obsessief gedrag van mensen met bijzondere passies, die als romanpersonages altijd zo wonderwel uitpakken. Die fascinatie voor schroefjes, technisch vernuft en natuurwetten delen Catherine en haar assistente met hun negentiende-eeuwse evenknieën, een verzameling zonderlinge figuren,waarmee Carey verleden en heden verbindt en een magische wereld oproept die de Grimmsprookjes in het kwadraat overschrijden.

Genieën en gekken

Alles lijkt mogelijk in deze enerverende tijd van uitvindingen, nieuwe technieken en nieuwe ideeën. Careys personages zijn als de mensen uit A Small History of Nearly Everything, waarmee Bill Bryson (op vaak hilarische wijze) verslag deed van de eeuwenlange Europese nieuwsgierigheid en honger naar wetenschap, vooruitgang en innovatie.

Genieën en gekken die een van de pijlers onder onze westerse beschaving bouwden, alsof dit boek een eerbetoon aan hen is.

Uitgeverij De Bezige Bij
Vertaling Hien Montijn

Lees meer over:
Tip de redactie