Michiel Stroink - Of ik gek ben

Tijdens zijn studie gaf Michiel Stroink (1981) Nederlands en Maatschappijleer aan tbs-patiënten. Zijn ervaringen gebruikte hij voor het schrijven van zijn debuutroman Of ik gek ben.

Benjamin is een jonge kunstenaar die heel veel geld verdient met het maken van opblaasbare kunst. Hij verkoopt lucht aan de rijken in het Gooi. Op een dag zit hij ineens in een tbs-kliniek, veroordeeld voor een ernstig delict. Door drank en drugs kan hij zich niets meer herinneren van de bewuste avond in het Amsterdamse Bos.

Het is een goede zaak dat Stroink een personage heeft geschapen, een patiënt zelfs, om het verhaal te vertellen. Het was gemakkelijk geweest om vanuit zijn eigen perspectief de situatie in een tbs-kliniek te schetsen.

Op deze wijze krijg je een goed beeld van binnenuit. Stroink zet een paar prachtige figuren neer. Zoals te verwachten in een dergelijk instituut zijn ze groter dan het leven zelf. De constructie van de roman is goed. Dat mag ook wel voor iemand die literatuurwetenschappen heeft gestudeerd.

Niets is zeker

Langzaam wordt duidelijk hoe het leven van Benjamin er voor zijn opname uitzag en wat zijn misdaad precies inhield. Nu ja, precies, niets is helemaal zeker. Ondertussen filosofeert Benjamin er vrolijk op los.

De auteur introduceert knap een intrige. De directeur van de tbs-kliniek houdt er dubieuze praktijken op na. Het doet even denken aan, zoals Stroink ook ten overvloede in de roman schrijft, aan de film Shawshank Redemption waarin een gevangene wraakt neemt op een inhalige directeur. Deze verhaallijn bloedt helaas langzaam dood. Een gemiste kans.

Copywriter

Stroink verdient zijn geld onder meer als copywriter. Af en toe schemert zijn professie door in de tekst. Sommige zinnen zullen wel grappig zijn of bij een personage passen, maar ze doen afbreuk aan de kracht van het verhaal.

"Als een soort Matthijs van Nieuwkerk maait hij door onze levens met de tact van een Rotterdamse havenarbeider zonder richtinggevoel op Domino D-Day."

Een direct strafpunt vanwege oliebolflauwigheid: "Een Karel Appeltje voor de dorst."

Ster

De auteur krijgt wel weer een extra ster voor het opnemen van twee prachtige verhalen: een passage over een schilder die de tijd wilde temmen en een keizer die gek werd van onzekerheid nadat hij ‘de grootste vijand van de planeet’ opgesloten had in een ei.

Respectievelijk verwijzend naar het tergend langzaam verstrijken van de tijd achter tralies en naar de isoleercel.

Benjamin krijgt de leiding op een dag zo ver dat hij een mierenboerderij op zijn kamer mag neerzetten, een volledig afgesloten wereld.

Dat is een goede vondst, een prima metafoor voor de staat in de staat die een tbs-kliniek tegen wil en dank nu eenmaal is. Het slot van het boek levert toch nog een onverwachte wending op.

Lees meer over:
Tip de redactie