'Twee van mijn ex-SAS vrienden pleegden zelfmoord'

AMSTERDAM - Oorlogsjournalist Joeri Boom, auteur van 'Als een nacht met duizend sterren', over de Nederlandse strijd in Uruzgan, sprak voor NU.nl met de oud-commando en schrijver Andy McNab over oorlog, het schrijverschap en de pijn van zij die terugkeerden.

De Britse ex-commando Andy McNab werd beroemd met zijn boek Bravo Two Zero (1994), waarin hij beschrijft hoe in 1991 zijn geheime eenheid in de Irakese woestijn wordt ontdekt. Twee leden van zijn ploeg werden gedood.

Zelf werd hij weken lang gemarteld. Inmiddels heeft hij 24 boeken op zijn naam staan. "Maar ik ben nog steeds in hart en nieren een soldaat."

Onlangs verscheen de Nederlandse vertaling van War Torn (‘De Afghaanse missie’), McNabs verbluffend levensechte verhaal over de zware gevechten van een Brits peloton in Afghanistan, en de worsteling van hun in Engeland achtergebleven familie en geliefden.

Door Joeri Boom

U heeft 18 jaar gediend bij de beruchte Special Air Service (SAS) – de Britse special forces-eenheid die model staat voor bijna alle commando-eenheden ter wereld. Hoe kwam u daar terecht?

"Er zijn veel overdreven verhalen over hoe je bij de SAS komt. Maar je hoeft er geen supermens voor te zijn. Ik was 16 jaar toen ik aanmeldde bij het Britse leger. Ik kwam terecht bij de infanterie. Na een tijdje begon ik me te vervelen en wilde ik iets heftigers.

Ik had gehoord van de elite-eenheid Special Air Service en vroeg m’n officier wat ik moest doen om daarbij te komen. Hij gaf me een formulier, ik vulde het in en ik werd uitgenodigd voor de selectieprocedure. Dat was het. Elke infanterist kan een aanvraag doen om bij de SAS te komen. De selectieprocedure is zwaar, dat wel."

U beschrijft in uw autobiografische boek 'Onbreekbare eenheid' dat veel van uw maten uit de SAS uiteindelijk zijn gaan werken voor private militaire firma’s, ook wel huurlingenbedrijven genoemd. Maar u bent schrijver geworden. Hoe is dat zo gekomen?

"Ik verliet de SAS voor zo’n militaire firma. Mijn eerste klus was vechten in Colombia, gefinancierd door de CIA: drugslaboratoria opsporen en vernietigen. Voordat ik vertrok, werd ik benaderd door ons ministerie van Defensie. Zij vroegen me of ik mijn ervaringen tijdens de Bravo Two Zero-patrouille in Irak wilde opschrijven, om een einde te maken aan allerlei geruchte over die actie.

Ik nam het niet erg serieus en schreef mijn ervaringen in vier maanden op. Daarna ben ik meteen naar Colombia gereisd om te beginnen met mijn baan bij die militaire firma.

Op een dag kwam ik terug uit het regenwoud – het regende keihard, het regende continu – en vond ik een bericht: of ik mijn uitgever wilde bellen per sateliettelefoon. Die vertelde me dat het boek overal op één stond en verkocht als een trein.

‘Zin om er nog een te maken?’ vroeg-ie. ‘Wat dacht jij’, zei ik. ‘Haal me hier weg uit die zeikregen!’
Zo is het begonnen."

U heeft inmiddels 24 boeken op uw naam staan. Sommige schreef u samen met anderen, maar de meeste maakte u alleen. Dat is anderhalf boek per jaar! Er zijn bijna geen schrijvers met zo’n hoog productietempo. Hoe krijgt u het voor elkaar?

"Dat lukt niet zonder constante chaos. Als ik straks terug ben in Engeland, moet het volgende deel in mijn Nick Stone-thrillerserie geredigeerd worden.

Dan is iedereen bij de uitgeverij en mijn agentschap weer in paniek. Het is eigenlijk net als in een gevecht: je moet de chaos overwinnen. Dat vergt discipline en een grimmig doorzettingsvermogen."

Ik ken geen roman waarin het gevecht waarachtiger wordt beschreven als in 'De Afghanistan-missie'. U schrijft over een boordschutter die eerst iets gloeiend heets langs zijn wang voelt schieten, en daarna pas de eerste schoten hoort.

"Ja, een kogel gaat sneller dan het geluid. Schrijvers die nooit gevochten hebben beseffen dat vaak niet."

De kogel die je zal doden, hoor je niet aankomen’ zei een Nederlandse militair me eens toen we zaten uit te blazen na een hinderlaag…

"Zo is het. Hij zei het vast om je gerust te stellen." (lacht)

Heeft u voor 'De Afghanistan-missie' geput uit uw langdurige SAS-ervaring of zijn er recentere gebeurtenissen waarop het boek gebaseerd is?

"Ik bezoek zo nu en dan Britse eenheden in Afghanistan. Dan ga ik ook mee op patrouilles. Ik kwam in de zomer van 2008 terecht in een groot gevecht net buiten Musa Qala in Helmand. Negen dagen zat ik daar vast met een infanteriepeloton.

Er werd continu gevochten. Daar is het fundament van ‘De Afghanistan-missie’ gelegd. De belangrijkste personages zijn gebaseerd op de mannen van dat peloton. Het waren trouwens Nederlandse F16’s die ons vuursteun gaven. Dat schept wel een band moet ik zeggen."

Waarom bezoekt u gevechtseenheden? Mist u de oorlog?

"Nee, ik doe het om militairen te helpen. Soms krijg ik uitnodigingen van Britse gevechtseenheden in Afghanistan. Wat zij lezen in de media is compleet anders dan wat zij meemaken. Ik reis dan naar zo’n eenheid om ze te kalmeren en ze de kans te geven het echte verhaal te vertellen."

Dat klinkt bekend. Tijdens mijn reizen naar Uruzgan merkte ik dat veel militairen me vroegen te schrijven over de gevechten die ze voerden. Ze hadden het gevoel dat de voorlichters en veel media niet hún verhaal vertelden.

"Ik hoor precies dezelfde klacht van onze Britse militairen. Tussen ons gezegd en gezwegen: de media-afdeling van ons ministerie van Defensie is total crap. Neem die actie waar ik bij was in Helmand.

Negen dagen vechten; vervolgens hoor je er bijna niets meer over omdat het niet in het plaatje past van hulp aan de Afghaanse bevolking. Maar als je het mij vraagt was het juist heel positief nieuws. Onze militairen hielden het vol, onder zware druk van de Taliban!

Dus ik heb The Sun gebeld vanaf mijn sateliettelefoon om het echte verhaal te vertellen. Dat is een grote krant, een tabloid. Ik heb er een groot stuk over geschreven voor ze en ik had nog actiefoto’s ook, gemaakt door de manschappen.

They loved it! Ik wil het échte verhaal vertellen. Het is te gek voor woorden dat Defensie onze journalisten niet de kans geeft dat te doen."

Is er in uw land veel steun voor de oorlog in Afghanistan?

"Veel mensen zijn tegen de oorlog, maar de Britten zijn een warrior nation. We hebben geleerd de oorlog van de manschappen te scheiden. De mensen zijn trots op de militairen, ook al haten ze de oorlog en de politici die de militairen erheen sturen.

Militairen zelf houden zich nauwelijks bezig met de achterliggende politiek. Ze hebben daar satelliettelevisie en kijken voetbal, en als ze op patrouille gaan vechten ze. Dat is hun leven."

In uw boek beschrijft u de worsteling van het thuisfront met de missie van de militairen. Maar hoe vergaat het de militairen zelf als ze terugkeren?

"Een deel van hen heeft het heel zwaar. Je kunt een posttraumatisch stresssyndroom (ptss) ontwikkelen door de traumatische ervaringen die je hebt opgedaan. Ons ministerie van Defensie heeft een vrij goed systeem om militairen met ptss te helpen.

Maar de problemen beginnen pas echt als ze de krijgsmacht verlaten en het contact verliezen met hun strijdmakkers. Dan kunnen ze bij Defensie niet meer terecht en moet de reguliere gezondheidszorg hen opvangen.

Dat gaat fout, want er is niet genoeg expertise buiten het leger. Ik ben bezig met een campagne om fondsen te werven. Het geld is bedoeld om speciale centra op te zetten waar veteranen met ptss kunnen worden behandeld.

Dit is echt een groot probleem. Jullie gaan er ook nog mee te maken krijgen. Ik weet waar ik het over heb. Twee van mijn vrienden uit de SAS hebben zelfmoord gepleegd omdat ze ptss hadden – jaren nadat ze hun traumatische ervaringen opdeden.

Hulp

De mannen die nu om hulp vragen, hebben niet gediend in Afghanistan, maar in Bosnië, meer dan vijftien jaar geleden, en in het eerste stadium van de oorlog in Irak – zeven jaar geleden. De grootste groep gevangenen in Engeland bestaat uit ex-militairen.

Een vriend van me zit nu vast, hij is gediagnosticeerd met ptss. Hij doodde zijn vriendin op het parkeerterrein van een pub, met een AK 47. Hij pompte veertien kogels in haar lichaam.

Als we onze militairen op tijd behandelen, voorkomen we veel leed. En het scheelt bovendien de samenleving ontzettend veel geld. Maar het belangrijkste is dat onze veteranen de beste behandeling verdienen die er is."

Lees meer over:

Facebook & Twitter

Facebook & Twitter
Volg het nieuws van NU.nl/Entertainment ook op Facebook en Twitter
Tip de redactie