Sebastian Fitzek – De zielenbreker

Als hersenen op hol slaan spat het bloed tegen de muur. Effectieve thriller koppelt psychiatrie aan suspense en actie.

Een professor doet een proef. Zijn studenten moeten enigmatische documenten ondertekenen om iets te mogen lezen, en voor ze ‘Jasses!’ kunnen roepen, zijn ze ondergedompeld in een bloedstollend verslag dat elk pedagogisch nut tart.

In De Zielenbreker, Fitzeks vierde thriller, is het knokken om de Trofee Engerd van de Maand.

Dodelijk labyrint

Wat de studenten moeten lezen, is een patiëntenverslag uit een psychiatrische inrichting. De belangrijkste case gaat over een man met geheugenverlies. Iemand van de medische staf wordt echter in deplorabele staat aangetroffen waarna de hele kliniek van voor- tot achteruitgang in een dodelijk labyrint verandert.

Er waart een killer door de gangen en geen kip weet wie hij is of waar hij vandaan komt.

Waanhorror

De Zielenbreker is niet voor zwakke magen. De inleiding is al van een sadistische narigheid waar je nekhaar van overeind gaat staan.

En als Fitzek dan ook nog goochelt met slachtpartijen, nachtmerries, dromen en werkelijkheid, is het pezen om echte van waanhorror te onderscheiden.

Hersenknik

Fascinerend is het zeker, Fitzeks trip door de menselijke psyche (op afstand de minst berekenbare entiteit op deze planeet), en ’s mans doorwrochte plot dwingt respect af. Wel wordt halverwege de schrijfkunst tijdelijk verruild voor een filmscenario, als de auteur overschakelt op beschrijvende verteltechniek om de paniek in de inrichting weer te geven.

Dat maakt van de lezer even een toeschouwer en toeschouwers zijn buitenstaanders. Maar het kan ook een coup de grâce zijn, want als je voortdurend midden in dit verhaal zou blijven, heb je aan het eind een flinke knik in de pariëtale kwab van je cortex.

Tip de redactie