Cormac McCarthy – De weg

Filmeditie van McCarthy’s apocalyptische, sombere roman. De wereld is vergaan, en de overlevenden hebben zich opgesplitst is goeden en slechten.

Door een zwartgeblakerd, levenloos landschap waar de wind asgrauwe wolken overheen jaagt, met een reliëf van geroosterde staketsels van wat ooit beschaving was, ploeteren een vader en zijn zoon voort.

Ze volgen De Weg die hen beiden, zoals zij hopen, naar een betere plek zal brengen. Of die plek er is, weten ze nog niet.

Of ze het halen is nog minder zeker, want ze moeten op hun hoede zijn voor de overlevenden die zich voeden met mensenvlees.

Schandknapen

Pas op een derde van het boek waagt McCarthy zich aan een beschrijving van zo’n kannibalenhorde. Bloedstollend. In lompen gehuld, gewapend, en verstoken van medemenselijkheid.

De mannen voorop, daarachter strompelen de vrouwen van wie een aantal zwanger zijn, en dan de beklagenswaardige groep jongetjes die in het boek worden aangeduid als de schandknapen – je durft je nauwelijks een voorstelling te maken van hun lot. Dit soort hordes zijn ‘de slechten’.

Hoop

De goeden zijn mensen als de vader en zijn zoontje. En waarom zijn ze ‘goed’? Het is te simpel om te stellen dat het merendeel van de mensen, zodra ze zijn ontdaan van het dunne vernislaagje beschaving, losslaan en elke medemenselijkheid laten varen ten behoeve van survival en primaire driften.

McCarthy ontleedt dit gegeven verder en graaft diep in het apocalyptisch bestaan: mensen degraderen als ze niet meer in staat zijn tot hoop. Hij verdeelt de resterende mensen tussen hooplozen en hopenden.

Doorvechten

Die hoop laat McCarthy in De Weg zelfs de kracht van de ouder/kindrelatie overstijgen. Want er zijn nog steeds mensen in deze angstaanjagende, nucleaire winter die kinderen hebben, en toch hebben zij alles losgelaten.

Deze ene vader koestert zijn zoon en hij koestert die hoop, en dat is wat hem laat doorvechten. Die hoop geeft hij door aan zijn zoontje, dat broodmager, uitgeput, bang, hongerig, wordt meegevoerd door een wereld die zijn kleinekinderhersens nauwelijks kunnen bevatten.

Visionair

Die hoopsprankel is eveneens de strohalm die de uitzonderlijk mistroostige roman van McCarthy ook voor de lezer draaglijk houdt.

Want met zijn geniale proza beheerst McCarthy tot in de finesses de kunst om de lezer midden in deze sombere wereld te plaatsen, al zou je De Weg aan de rand van een tropisch zwembad lezen met een olijke cocktail naast je ligstoel.

Het is te hopen dat de verfilming van deze geweldige roman niet ontaardt in een Mad Max of Waterworld, met hun immer simplistische voorstelling van futuristische werelden. Deze roman is met een cinematografische intensiteit geschreven en verdient, nee, heeft recht op een extreem visionaire filmmaker.

Tip de redactie