Martin Suter - De laatste Weynfeldt

Prachtige karakterstudie van een hoffelijke man in onhoffelijke tijden: hoe oud-Europese welgemanierdheid ten prooi viel aan nivellering.

Adrian Weynfeldt, kunstexpert en vrijgezel te Zürich, is een personage om te koesteren maar te weinig mensen kunnen dat opbrengen. Weynfeldt is namelijk een anachronisme, een lid van de oude garde die met uitsterven wordt bedreigd.

Hij is geboren in een welgesteld gezin, en zijn ouders hebben hem een keurige opvoeding gegeven met de geboden: wees genereus, wees beleefd, wees niet aanmatigend.

Kift

Het zijn bewonderenswaardige eigenschappen, en er waren tijden dat er bij dergelijke fatsoensnormen geen vuiltje aan de lucht was. Tijden waarin de meesten met hun neus die kant opstonden en goede manieren werden gereciproceerd. Maar alas voor Adrian: hem is niet bijgebracht dat een onkreukbare houding en welstand bij de buitenwacht kift genereerden. Dat moet hij zelf ontdekken en daartoe creëert Suter een mooie plot.

Onbedoelde confrontatie

Mensen als Adrian Weynfeldt confronteren hun omgeving onbedoeld met hun eigen onvermogen, en niet alleen op financieel gebied. Want veel mensen profiteren van zijn geld. Deze ontvangers zijn echter te bekrompen om generositeit op juiste waarde te kunnen schatten. En zo onderwerpen ze hun weldoener aan macht- en bedrogspelletjes om hem van de sokkel te trekken die zij hem vanuit hun eigen pathetische benepenheid toedichten.

De piranha’s

Weynfeldts onsuccesvolle ‘kunstenaarsvrienden’ wreken zich door hem elke donderdag, de vaste dag voor hun diner in een restaurant (uiteraard betaald door Weynfeldt), goeddeels te negeren. Iedereen moet immers gelijk zijn maar verdomd, hoe komt het dan dat zij zich toch niet weten te manifesteren?

Zo is er ook een oude vriend die de rechtschapen Weynfeldt wil betrekken in een veilingzwendel rondom een kostbaar schilderij, en een tanende schoonheid ziet hem als haar laatste ticket naar een luxe leven.

Antiheld

Ondergedompeld in dit piranha-aquarium stelt Weynfeldt ons – gelukkig – niet teleur. Onze bescheiden kunstexpert groeit uit tot een antiheld die zijn vijanden ontwapent met fatsoen. Wat ze hem ook flikken, Weynfeldt wordt steeds grootser en zijn belegeraars steeds kleinzieliger.

En al dit beschrijft Suter met eenzelfde pen als Weynfeldt zou hebben gehanteerd – ingetogen en bescheiden, en met een onuitgesproken maar krachtige moraal aan het slot: beschaving wint altijd, al zijn opponenten niet eens bij machte om dat in te zien.

Tip de redactie