Mark Verver – Ik Heb Nergens Spijt Van

Dikke Dennis is ex-skinhead, ex-taxichauffeur, tattoeërder, cokesnuiver en podiumbeest. Mark Verver volgt hem een jaar en schreef een actiebiografie over het fenomeen. Schuilt er een gouden hart onder die olifantenhuid?

Misschien ken je hem van die ene Hans Anders-commercial op tv waarin hij als woeste Hell’s Angelsbiker met designerbril wegrijdt op een pruttelende Solex.

Maar voor de fans van de Nederlandse rockband Peter Pan Speedrock is de commercial van Telfort waarin hij een onfortuinlijke duik van het podium neemt een vertrouwder gezicht.

Idiote grappenmaker

Geen optreden compleet zonder dat Dikke Dennis – van top tot teen getatoeëerd en moddervet, dikke bos haar en net zulke dikke bakkebaarden – het podium bestijgt om Schoppenaas te schreeuwzingen.

Zijn letterlijke vertaling van Ace of Spades van Motörhead gaat vaak gepaard met het showen van zijn kolossale naakte lijf en het wegkoppen van zijn microfoon.

Dennis Overweg alias Dikke Dennis is het boegbeeld van de band. In het verleden was hij skinhead en taxichauffeur. Tegenwoordig bestiert hij zijn eigen tattooshop 666 in Amsterdam.

Maar bovenal is Dikke Dennis een verschijning, een grappenmaker, een idioot en medisch wonder – gezien zijn frequente en veelvuldige gebruik van cocaïne.

Actiebiografie

Dat is althans het beeld dat je bij hem hebt. Mark Verver (1969) heeft het fenomeen Dikke Dennis een jaar lang dicht op de getatoeëerde spekhuid gezeten en over dat jaar heeft hij een actiebiografie geschreven.

Niet zomaar een kroniek waarbij de biograaf buiten beeld en buiten schot blijft dus, maar eentje waarbij Verver actief deel uitmaakt van alle actie rondom zijn studieobject.

Een opmerkelijke werkwijze die veel wegheeft van de non-fiction novel die ontsproot uit het brein van de Amerikaanse journalist Hunter S. Thompson. Denk bijvoorbeeld aan Hell’s Angels, A Strange and Terrible Saga of the Outlaw Motorcycle Gangs uit 1967.

Grenzen

Verver vergezelt Dennis naar concerten en festivals waar Peter Pan Speedrock optreedt, hij gaat mee naar een begrafenis, een schoolreünie en een familiefeest, maar hij is ook vaak aanwezig in de tattooshop van Dennis alwaar hij kennis maakt met de meest wonderlijke figuren uit de entourage van Dennis: collega’s, ex-vriendinnen, klanten en dealers.

Je moet het maar durven, maar Verver staat zijn mannetje. Zelf zegt de schrijver in zijn werk vooral op zoek te zijn naar grenzen en extremen die kunnen voortkomen uit de keuzemogelijkheden van het leven Anno Nu.

Vinexproblematiek

Internet, drugs, porno, drank en muziek bieden nieuwe verleidingen die maken dat grenzen die eerst bestonden steeds meer verlegd lijken te worden of gewoonweg vervagen.

Er is al genoeg over vinexproblematiek geschreven, vindt Verver, die zijn eerste roman Alle Vrouwen van de Wereld (2004) over een pornoverslaafd kantoormannetje liet gaan.

Vrienden

De aanpak van Verver werkt mede door zijn grote interesse in deze donkere wereld achter de façade. Hij weet het vertrouwen van de goedmoedige Dennis te winnen en wordt in zijn gevolg opgenomen.

Naarmate het boek vordert gebeurt er dan ook iets bijzonders voor een biografie: Dennis rekent Verver zelfs tot één van zijn vrienden. Een onvermijdelijk gevolg van het soort gonzo journalism dat Verver hier bedrijft en je zou je kunnen afvragen of Verver dan wel nog objectief kan blijven ten opzichte van zijn onderwerp.

Op het randje is het verblijf van Verver tijdens Pukkelpop. De auteur neemt het ervan en laat Dennis voor wat hij is: “Wat doet Dennis vandaag? Sorry geen idee.”

Mens van vlees en bloed

Maar het is juist deze gemoedelijke benadering die ervoor zorgt dat hij Dennis zeer dicht kan naderen. Dennis over Verver: “Maar ik heb er vertrouwen in dat jij goed schrijft. Dat als iemand het boek uit heeft, die dan denkt: nou, het is best een goede gozer.”

En Dennis heeft gelijk. Verver schrijft niet alleen boeiend en spannend, maar geeft ook een dieper beeld van het fenomeen, dwars door de olifantenhuid heen.

Het schrijven van dat boekie over Dikke Dennis wordt overigens een running gag in het boek, waardoor je een vreemdsoortig Droste-effect krijgt. Lange tijd lijkt dit ook de rode draad te zijn totdat Verver op een zwak punt bij Dennis stuit; de jammerlijk stukgelopen relatie met Karin, de moeder van zijn puberende zoon Nick.

Het is op dit punt dat Dennis transformeert van waggelende, microfoonkoppende en cokesnuivende legende naar mens van (veel) vlees en (drugsdronken) bloed.

Of, zoals hij het zelf verwoordt: “Zuipen, snuiven en hoeren neuken zijn wel mijn hobby’s, maar ik heb ook gevoel.” En dat gevoel is prachtig en zonder overdreven sentiment beschreven door Verver.

Vier sterren

Tip de redactie