Henk van Straten – Ik ben de regen
Geestige debuutroman biedt net zoveel drank- en drugsbacchanalen als ontroerende observaties over het vaderschap van een schrijver die als privédetective de kost verdient.
Zo, alweer een nieuwe ster aan het Hollandse literaire firmament, en dan nog wel een die zijn rock’n’roll-vlag plant. Het kan niet op; zit er wat in het water?
“Ik ben de regen” van Henk van Straten heb in elk geval in één ruk uitgelezen. Nog een kop koffie, met een half oog wat door de pasta geroerd, afspraak verzet met een lauwe smoes, van die dingen.
Calvin Klein-oksels
Want deze roman over privédetective Chris Hoop, geplaagd door de verslavingszucht van Keith Richards, is onmogelijk opzij te leggen.
Ik wist niet dat ze nog bestonden, jonge schrijvers die een histoire-noire dat aan elkaar hangt van de katers, mislukkingen, drugsroezen en sjofele kroegtijgers zo boeiend en geestig wisten op te schrijven.
Dan is het landschap gelukkig nog niet helemaal ingenomen door knapen met Calvin Klein-oksels en metroseksuele waxtorso’s wier enige tegenslag tot nu toe een lege batterij op hun Playstation lijkt te zijn.
Cokepapiertjes
“Ik ben de regen” heeft een vleugje Dubbelliefde van Adriaan van Dis, met dezelfde droogkomische zelfspot over de goot van Nederland, die bezaaid ligt met verfrommelde bierblikjes en meer leeggesnoven cokepapiertjes dan briefjes in de klaagmuur.
Maar dan aangevuld met ontroerende passages over een piepjong zoontje, zelftwijfel over het schrijverschap en een stukgelopen relatie, en al dit opgehangen aan een detectiveverhaal met slapstickelementen.
Jeneverklaroen
Het boek wordt bevolkt door personages die zich in je hoofd steken. Een ranzige blonde totebel als femme fatale ‘met lippen als rode lopers’.
De Iranese jeneverklaroen die met snuifmonster Neus stamgasten zijn van het derde-rangse Hotel Malibu, van Theo Snor, gevestigd aan de overkant van het pand waar hoofdpersoon Chris Hoop een kamer heeft.
Chris’ volgetatoeëerde bovenbuurman Dave noemt hij soms ‘bestickerde mammoet’ of ‘kladblok’en zijn schoonmoeder heeft ‘een haatdragende lijkengezicht’.
Mooie zinnen
Hoe verlopen of hoe katterig of hoe misnoegd ook: de mooie zinnen blijven uit die pen stromen. "De stilte bleef als een ijspegel aan haar onderlip hangen."
"Wij soldaten gingen op ze af: onze adem was als kruitdamp in de buitenlucht." Wie zo kan schrijven, koketteert niet met die onderbuik van de samenleving ― wat je vaak ziet bij de zelfverklaarde romantici van het schaduwleven die zich erin willen schrijven in plaats van erin te zijn.
Persoonlijk
Er gebeurt in dit boek zoveel op persoonlijk vlak, dat het raster van die detective au fond naar de achtergrond verschuift. Die zou gemodelleerd kunnen zijn naar Raymond Chandler (of vloek ik nou in de kerk?), als een man detective Hoop inschakelt om zijn vrouw – die fatale totebel – op te sporen.
Er is echter weinig heroïsch aan de snuivende Sam Spade aka Chris Hoop, die geen enkel verweer heeft tegen drugsverleiding, Marokkaans straattuig en zich vooral zorgen maakt of hij wel een goede vader zal zijn en ooit nog wat moois zal schrijven.
“Ik ben de regen” heeft naar verluidt autobiografische trekjes, dus Van Straten hoeft zich om dat laatste niet druk te maken. Goed is ie.
Vier sterren

Startpagina