Rupert Thomson - Death of a Murderer

Een suffe politiedienst wordt een nacht van loutering voor goedzakkige agent Billy Tyler. Rupert Thomson speelt met onze noties van schuld en onschuld, maar houdt het gelukkig subtiel.

De Engelse politieagent Billy Tyler uit Suffolk krijgt de meest suffe dienst toegewezen die je maar bedenken kunt. Hij moet de wacht houden bij het lijk van een beruchte kindermoordenares, en dat zo'n twaalf uur achter elkaar. Want hoewel de vrouw haar halve leven achter slot en grendel heeft doorgebracht, vreest men dat de goegemeente en de pers die haar en haar misdaden nog vers in het geheugen hebben staan, zich wel eens zouden willen wreken op haar ontzielde lichaam.

Zo'n twaalfuursdienst is natuurlijk hét ideale moment om wat achterstallig papierwerk bij te werken, zo denkt correcte diender Tyler. Maar daar rekent hij toch een beetje buiten de onmenselijke stilte in het mortuarium en zijn eigen moeheid. Zijn geest speelt die nacht een spelletje met hem en hij beeldt zich in dat de geest van de moordenares aan hem verschijnt.

Moors murders

Rupert Thomson schrijft het wel niet met zoveel woorden, maar de moordenares waar we het hier over hebben is Myra Hindley. In ons land zal haar naam niet zo gauw een belletje doen rinkelen, maar bij onze Engelse buren gaat er nog steeds een siddering door het land bij het horen van de naam en al het gruwelijke waar die voor staat. In de jaren 1963 tot en met 1965 beging zij samen met haar minnaar Ian Brady een reeks gewelddadige kindermoorden. De lijkjes werden nabij Manchester in het veen begraven. Toen het paar werd opgepakt kwamen de moorden bekend te staan als de 'moors murders'. Brady en Hindley werden voor levenslang opgesloten en in 2002 overleed Hindley. Nog steeds in gevangenschap, want het was wel duidelijk dat wanneer ze vrij zou komen ze zou worden verscheurd door het publiek.

Wankelen

Het is dan ook niet meer dan menselijk dat agent Tyler wrok koester tegenover de vrouw, als de belichaming van Het Kwaad. Maar is deze Jan Modaal wel zo absoluut onschuldig als hij doet voorkomen? Hindley fungeert als het geweten van goedzak Tyler, die in die saaie, lange nachtdienst in het mortuarium de sleutelmomenten in zijn leven aan zich voorbij ziet flitsen: de impasse in zijn huwelijk, zijn dochtertje die aan een ernstige vorm van het Down-syndroom lijdt, zijn jeugdliefdes, zijn schoolvrienden. Zijn vrouw Sue heeft wel eens op het punt gestaan om haar mongoloïde dochtertje van een klif af te duwen. Billy heeft na enige aansporing van een jeugdliefde zijn schoonvader geconfronteerd met het seksuele misbruik van zijn dochter, waarna de man aan een hartaanval overleed. En dan stond Billy vroeger ook nog eens onder invloed van een schoolvriendje dat het niet zo nauw nam met de wet. Geen doodzondes, maar toch genoeg om piekeraar Billy aan het wankelen te krijgen. Doe ik het eigenlijk wel goed in het leven?

Glimlach

Myra is de opmerkelijke advocaat van de duivel en daagt de agent die haar lijk bewaakt uit. Maar jij glimlachte toen je je diploma van de Open Universiteit in de gevangenis ontving en je toonde geen berouw tijdens het proces, is de - overigens gerechtvaardigde - repliek van Tyler tegenover de kettingrokende moordenares. Haar antwoord is simpel en doeltreffend: wat dan nog? Mag ik niet meer glimlachen? Ben jij dan zo onschuldig? Myra tergt Tyler, maar nooit tot het uiterste. Thomson gaat met zijn kale, maar boeiende plot niet over het randje, maar blijft subtiel. Hij geeft kleine steekjes onder water. Dat doet hij slim, want met zo'n figuur als Hindley als het geweten van een politieagent nota bene, haal je je als auteur nogal wat op de hals. Maar intussen gaat het boek niet zozeer over deze Hindley. Zij vormt slechts de aanleiding voor de contemplaties van Billy; een vader in gebreke, een zwakke man, maar vooral een man als ieder ander. Een man die worstelt met het leven en er maar het beste van probeert te maken.

Uitgeverij: Bloomsbury


Tip de redactie