College voor de Rechten van de Mens kreeg meer verzoeken in 2016

Het College voor de Rechten van de Mens in Utrecht heeft het vorig jaar veel drukker gehad dan voorgaande jaren. In totaal kreeg het College in 2016 3.143 vragen, tegen 2.148 een jaar eerder en 1.786 in 2014. 

Ook het aantal verzoeken om een uitspraak ging omhoog, van 422 naar 463, en is weer op het niveau van 2014. Dat blijkt uit de Monitor Discriminatiezaken die het college dinsdag, op de internationale dag tegen racisme en discriminatie, bekendmaakt.

Vooral het aantal vragen over discriminatie op basis van ras (van 297 naar 595), godsdienst (van 86 naar 181) en seksuele gerichtheid (van 32 naar 63) steeg fors ten opzichte van 2015.

Percentueel gezien is ras nu de belangrijkste discriminatiegrond waar het college mee te maken krijgt. 26 procent van de vragen gaat daarover, net iets meer dan discriminatie vanwege een handicap of chronische ziekte, wat een kwart van de vragen oplevert.

Verzoeken tot oordeel

Het aantal verzoeken tot een oordeel steeg in 2016 met 41 verzoeken tot 463. Hier is discriminatie op basis van een handicap het meest behandelde onderwerp, vóór ras en geslacht.

In ongeveer een derde van de gevallen volgt er ook een oordeel. In 73 procent troffen organisaties na een oordeel ook een maatregel. In 61 procent van de gevallen was dat een structurele aanpak van het probleem.

Een duidelijke oorzaak voor de stijging van het aantal zaken is er niet, al zegt een woordvoerder wel dat de bekendheid van het College voor de Rechten van de Mens meespeelt. "We bestaan nu vier jaar en je hebt wat tijd nodig als organisatie om bekendheid te krijgen." Ook kan de bereidheid om melding te doen van discriminatie zijn toegenomen, geeft de woordvoerder aan.

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 6.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie