Meer dan 550 hulpverzoeken bij hulplijn radicalisering

Er zijn in een jaar tijd 552 hulpverzoeken binnengekomen bij de hulplijn tegen radicalisering van het Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN).

In 94 gevallen was de radicalisatie zo heftig dat ouders werden ondersteund door een vertrouwenspersoon, maakt SMN bekend in een factsheet. De meeste hulpverzoeken, 31, kwamen uit Zuid-Holland.

De Hulplijn Radicalisering bestaat één jaar. Het aantal mensen dat is opgeleid tot vertrouwenspersoon bij de hulplijn is gegroeid van 24 in januari vorig jaar naar 40 begin dit jaar.

Vertrouwenspersonen zijn er om ouders van geradicaliseerde jongeren bij te staan.

Volwassenen

Uit de gegevens van SMN blijkt dat het bij de ernstige radicalisatie in 66 gevallen gaat om een persoon van 18 jaar of ouder, tegenover 28 minderjarigen. In 52 gevallen gaat het om een man en in 42 gevallen om een vrouw.

45 procent van de 'ernstige gevallen' was van Marokkaanse afkomst. In 28 procent van de gevallen betrof het een autochtone Nederlander.

Afkomst

Ook zijn er meldingen gemaakt van Turkse, Iraakse en Afghaanse Nederlanders die radicaliseerden. Het is niet duidelijk of personen van wie melding is gemaakt mogelijk zijn afgereisd naar bijvoorbeeld Syrië om deel te nemen aan de jihad.

Volgens SMN neemt de aantrekkingskracht van terreurbeweging Islamitische Staat op jongeren af. Dat heeft mogelijk te maken met berichten over de leefomstandigheden onder jihadisten in Irak en Syrië en executies.

Lees meer over:

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 06.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie