Mohammed B. niet vervolgd om poging doodslag

Justitie hoeft Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh, niet te vervolgen voor een vechtpartij in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught in mei 2011.

Jesse R., door de rechtbank tot levenslang veroordeeld in het liquidatieproces Passage, had aangifte gedaan tegen B. wegens poging tot doodslag, maar vervolging vindt het gerechtshof in Den Bosch niet wenselijk.

Het Openbaar Ministerie (OM) besloot vorig jaar al af te zien van vervolging. Daarop stapte R. naar het gerechtshof om in een beklagprocedure alsnog vervolging af te dwingen.

Er zijn aanwijzingen dat B. zich schuldig heeft gemaakt aan poging doodslag of poging (zware) mishandeling, maar uit het dossier blijkt niet wat er precies is gebeurd.

Lichamelijke gevolgen

Wel blijkt daaruit dat de lichamelijke gevolgen meevallen en dat het gevangenispersoneel adequaat op de vechtpartij heeft gereageerd, aldus het hof.

R. zegt dat hij op 27 mei 2011 tijdens het luchten werd aangevallen door medegedetineerde B. Het incident op de luchtplaats in de EBI duurde al met al maar een paar minuten. Bewakers lieten Eric Jan Q., recent veroordeeld voor het voorbereiden van aanslagen, op de luchtplaats toe. Hij haalde B. en R. uit elkaar. B. zou na het incident in de isoleercel zijn gezet.

Opmerkelijk

Advocaat Hettie Cremers vindt het opmerkelijk dat het gerechtshof zich heeft uitgelaten over het ingrijpen van het personeel. ''Of adequaat is ingegrepen, dat ligt nu nog bij het Europese Hof. De directeur heeft een zorgplicht en die heeft hij wat ons betreft niet nageleefd.'' Volgens Cremers hadden de bewakers moeten ingrijpen en was het in strijd met de bestaande regels om Q. de luchtplaats op te sturen.

Cremers meent dat B. tegen anderen gezegd heeft dat hij R. wilde vermoorden. Maar volgens het hof blijkt uit het dossiers niet van die dreiging, behalve uit de verklaring van R. zelf.

Lees meer over:
Tip de redactie