'Camera's verhinderen geen uitgaansgeweld'

AMSTERDAM - Na het vrijgeven van camerabeelden werd de ernstige mishandeling in Eindhoven opgelost. De aanwezigheid van camera’s leidt echter niet tot minder geweld. Het effect wordt vaak overschat.

Wouter Stol, lector Integrale Veiligheid aan de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, windt er geen doekjes om: camera’s zijn geen effectief middel tegen uitgaansgeweld. Hij wijst op verschillende statistieken die aangeven dat het aantal incidenten amper afneemt nadat ergens camera's zijn opgehangen.

''Weloverwogen criminelen denken daarbij na. Maar iemand die dronken is, wordt gedreven door emotie. Die kijkt niet eens of er een camera in de buurt is als hij een klap uitdeelt'', aldus Stol.

Zijn beweringen worden gestaafd door eigen onderzoek, in opdracht van de politie in Leeuwarden. ''In combinatie met intensief politietoezicht kun je nog wel eens wat voorkomen. Dat kost heel veel mankracht. Dan nog is de vraag wat de belangrijkste reden van het succes is: de camera of het toezicht. Engeland hangt vol met camera’s, maar tot een substantiële daling van de criminaliteit heeft dat nooit geleid.''

Toezicht

Toch valt er in de combinatie met goed toezicht veel winst te halen, zegt Ad Schreijenberg van onderzoeks- en adviesbureau Regioplan. Hij deed vorig jaar onderzoek naar de wijze waarop daders het cameratoezicht beleven.

''Hun algemene indruk is dat hen weinig zal gebeuren. Maar als de politie erop ingericht is om snel ter plaatse te zijn, schrikt het wel degelijk af. Op de Wallen zijn agenten altijd binnen een paar minuten ter plaatse. Overtreders weten dat inmiddels. Helaas worden daar niet in alle gemeenten goede afspraken over gemaakt. Daar zie je ook langzaam weer camera’s verdwijnen bij gebrek aan resultaat.''

Drugsoverlast

Het zijn ook slechts bepaalde delicten die te voorkomen zijn. Joeri Vig van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) noemt drugsoverlast als een goed te bestrijden verschijnsel.

''Dealers trekken zich wel iets van camera’s aan. Dat komt doordat ze vooraf bedenken wat ze doen. Ze zijn berekenend. Het nadeel is dat de overlast zich meestal verplaatst. Je kunt niet de hele stad volhangen met camera’s.''

Wat tegen uitgaansgeweld wel helpt, is volgens Vig verlichting. ''Wanneer mensen vanuit een kroeg opeens onder felle lampen terecht komen, vermindert de kans op agressie. Sommige steden zetten dat middel in, al blijft het lastig om alles dicht te timmeren. De vraag is ook hoe veel je in zulke maatregelen moet investeren.''

Opsporing

Hoe snel politie bij geweld ook ter plaatse is, vaak zijn de daders al uit het zicht. Camerabeelden zijn dan alleen nog van waarde bij de opsporing. Schreijenberg constateert dat de kwaliteit van de opnamen steeds beter wordt.

''Bij Opsporing Verzocht of op de website depolitiezoekt.nl zijn vaak particuliere beelden te zien, bijvoorbeeld van bedrijven die niet veel willen investeren. Dan krijg je slechte beelden. Gemeentecamera’s zijn meestal veel beter, dat zag je ook wel aan de beelden uit Eindhoven. De daders waren goed herkenbaar. Maar zelfs nu was de oplossing een toevalstreffer. De verdachten gaven zichzelf aan.''

Bovendien konden de camera’s het delict zelf niet verhinderen. De daders sloegen en schopten zonder om zich heen te kijken. Het brengt Stol tot de conclusie dat de oplossing van maatschappelijke problemen vaak ten onrechte in nieuwe technologie wordt gezocht.

''Alsof mensen achterover kunnen leunen. Je moet hen juist bij het probleem betrekken. In een uitgaansgebied zijn duizenden camera’s beschikbaar. Ze zijn in handen van burgers. Iedereen kan tegenwoordig toch filmen met zijn telefoon? Benut die camera’s, zet de mensen aan om het probleem mee te bestrijden. Dat is veel praktischer dan die paar camera’s die de gemeente op kan hangen.''

Lees meer over:
Tip de redactie