Stoornis allochtone jongere vaker onbehandeld

DEN HAAG - Allochtone jongeren hebben bij een psychiatrische stoornis de helft minder kans op behandeling in de reguliere jeugd-ggz dan jongeren van Nederlandse origine.

Daardoor komen zij vaker in de criminaliteit terecht. Dat blijkt uit onderzoek dat donderdag is gepubliceerd in het tijdschrift Kind en Adolescent.

Van de Nederlandse jeugd wordt ongeveer 2,5 procent behandeld in de jeugd-ggz. Onder allochtone jongeren ligt dit percentage rond de 1,5 procent. In beide groepen is het percentage dat psychiatrische behandeling nodig heeft volgens de onderzoekers ongeveer even groot.

Jeuginstelling

Jonge immigranten met psychiatrische problemen worden wel veel vaker doorverwezen naar de forensische ggz nadat zij in aanraking zijn gekomen met justitie. Dat geldt vooral voor Marokkaanse en Antilliaanse jongeren.

Zij komen twee tot drie keer zo vaak terecht in een justitiële jeugdinstelling als hun Nederlandse leeftijdgenoten.

Drempel

Volgens de onderzoekers zijn er meerdere oorzaken aan te wijzen. Zo kan het zijn dat in sommige immigrantengroepen de drempel om psychiatrische hulp in te schakelen hoger is.

Ook verschillen in interpretatie van problematisch gedrag door verwijzers naar de ggz of ggz-instellingen zelf, spelen mogelijk een rol.

Het onderzoek is onder meer gebaseerd op cijfers van De Jutters, een centrum voor jeugd-ggz in de regio Haaglanden. De auteurs denken dat de uitkomsten ook representatief zijn voor andere grote steden.

Tip de redactie