Winsten op Wall Street

De aandelenbeurzen in New York sloten dinsdag met winst. Vooral technologiefondsen blonken uit.

Ook een stevige daling van de inflatie in China, en de groeiende kans op verdere stimuleringsmaatregelen voor de Chinese economie, gaf de handel steun.

De Dow-Jonesindex sloot 0,4 procent hoger op 14.673,46 punten. De brede S&P 500 klom eveneens 0,4 procent tot 1568,61 punten en technologiebeurs Nasdaq steeg met 0,5 procent tot 3237,86 punten.

Beleggers lieten zich niet afschrikken door gemengde resultaten van aluminiumconcern Alcoa, dat maandag traditioneel het cijferseizoen had geopend. Alcoa boekte in het eerste kwartaal meer winst dan verwacht, onder meer dankzij een stijgende vraag van Amerikaanse autobouwers.

De omzet viel echter lager uit dan analisten hadden voorzien. Het aandeel noteerde tegen het einde van de handel vlak. Analisten verschilden van mening of de cijfers van het concern exemplarisch zouden worden voor de resultaten die de komende weken bekend worden gemaakt.

Technologiefondsen

Technologiefondsen noteerden flinke winst. Microsoft ging 3,6 procent vooruit en Intel boekte een winst van ruim 3 procent. Beleggers maakten gebruik van de lagere koersen in de ochtendhandel om te kopen.

Een opvallende daler was J.C. Penney met een verlies van ruim 12 procent. Beleggers reageerden negatief op het nieuws dat voormalig topman Myron Ullman het stokje bij het bedrijf weer overneemt van zijn eigen opvolger Ron Johnson.

Herbalife

Ook het voedingssupplementenbedrijf Herbalife noteerde een verlies van 3,8 procent. Een accountant van KPMG die belast was met rapportage over het bedrijf zou betrokken zijn bij handel met voorkennis.

Het tegenvallend cijfer over de groothandelsvoorraden in de Verenigde Staten, dat kort na de opening bekend werd gemaakt, raakte de handel nauwelijks. Die voorraden bleken in februari met 0,3 procent te zijn gedaald, terwijl economen rekening hadden gehouden met een stijging met 0,5 procent. Wel bleken de verkopen bij Amerikaanse groothandelsbedrijven met 1,7 procent toe te zijn genomen. Hier werd gemiddeld gerekend op een toename met 1,3 procent.

De euro was 1,3090 dollar waard, evenveel als bij het sluiten van de Europese aandelenbeurzen. Een vat lichte Amerikaanse olie was 0,8 procent duurder en kostte 94,08 dollar. Brentolie steeg 1,6 procent in prijs tot 106,30 dollar.

Tip de redactie