Extra taalaanbod voor anderstalige peuters en hun ouders

In de gemeente Woensdrecht zijn diverse initiatieven ontplooid op het gebied van beheersing van de Nederlandse taal en kennis van Nederlandse gebruiken voor statushouders die zich alhier vestigen.

Instellingen zoals de Brede WelzijnsInstelling (BWI), de scholen en de Protestantse Kerk Ossendrecht bieden, met hulp van vrijwilligers, verscheidene activiteiten aan ter bevordering van de integratie van vluchtelingen met een verblijfsvergunning.

De gemeente Woensdrecht ondersteunt dit alles.

De Woensdrechtse Bode gaat de komende tijd buurten bij een aantal van deze taal-en cultuurinitiatieven. Deze keer het taal-en cultuurproject voor peuters en ouders waaraan de peuterspeelzalen, kinderopvang en de groepen één en twee van de basisschool in de diverse kernen vorm aan geven.

Moedertaal

"Onvoorstelbaar hoe snel anderstalige kinderen de Nederlandse taal oppikken, bijna automatisch", aan het woord zijn Monique Swagemakers en Sonja Kools. De eerste is de coördinator Voor – en Vroegschoolse Educatie (VVE) van de gemeente Woensdrecht, de ander werkt als ambulante begeleider bij de Stichting Peuterspeelzalen Woensdrecht (SPW).

Kools geeft extra begeleiding aan kinderen voor wie Nederlands de tweede taal is. "Maar", vervolgen ze begeesterd, "de moedertaal van het kind is de basis, hierin moeten ze hun emoties kwijt kunnen. Deze moet goed ontwikkeld zijn, anders gaat het aanleren van onze taal moeizaam."

Drie-eenheid

De peuterspeelzalen startten ooit met een extra taalaanbod voor anderstalige kinderen, waaronder dus kinderen van statushouders. Dit taalaanbod waaierde uit van de peuterspeelzalen naar andere voorschoolse voorzieningen zoals de kinderopvang en ten slotte ook naar de basisscholen. De extra taalinjectie groeide uit tot een drie-eenheid: Een totaalaanbod op taalgebied dat zorgt voor continuïteit.

Als ambulante begeleider gaat Kools wekelijks, in totaal tien keer, langs bij de peuterspeelgroepen om spelenderwijs de kinderen extra te helpen met de Nederlandse taal. Vervolgens komt het voorleesproject in beeld.

Twintig weken lang krijgen de kinderen thuisbezoek van een voorleesvrijwilliger die aan de hand van thema’s uit de methode ‘Uk en Puk’ voorleest en spelletjes doet ter bevordering van de Nederlandse taal. Het derde onderdeel van de drie-eenheid betreft het TOP traject, dat staat voor Taal Ouderbetrokkenheid en Participatie.

TOP bijeenkomsten hebben als doel ouders te betrekken bij de ontwikkeling van hun kind. Dezelfde thema’s die op de peuterspeelgroep zijn behandeld en waar ook de voorleesvrijwilligers mee werken, komen hier op een volwassen manier voorbij.

Werkwijze

Swagemakers legt uit dat leerkrachten van de basisschool of een medewerker van de peuterspeelgroep een kind aanmeldt voor het voorleesproject. De voorleesvrijwilligers krijgen een training en daarna volgt een ontmoeting op school met een gezin.

"Klikt het, dan volgt een afspraak voor een thuisbezoek." Momenteel zijn ongeveer vijftien vrijwilligers actief, niettemin is Swagemakers op zoek naar nog meer voorleesvrijwilligers. "Ze zijn van harte welkom." Uiteindelijk volgt de stap voor de ouders naar de TOP bijeenkomst.

Betrokkenheid

Swagemakers: "Inzet van het voorleesproject en wat Sonja doet bij de peuterspeelgroepen is enerzijds leesplezier bij het kind kweken, anderzijds de ouders tonen hoe waardevol het is met taal bezig te zijn, zodat zij uiteindelijk de stap maken naar TOP. Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk het is dat anderstalige ouders meedoen met activiteiten op school en betrokken zijn bij de ontwikkeling van hun kind, terwijl ze intussen iets van de taal en tradities van Nederland opsteken."

Tip de redactie