Goed eerste jaar voor Wmo in Woensdrecht

De gemeente Woensdrecht heeft het eerste jaar onder de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) goed doorstaan. 

Die conclusie kan wethouder Lars van der Beek trekken na een evaluatie over 2015. Daaruit blijkt dat het aantal aanvragen het hele jaar door stabiel is gebleken. Er zijn daarnaast volgens Van der Beek geen grote incidenten geweest en de gemeente houdt zelfs over op de flink ingekorte budgetten.

Overschot

Hoe hoog het overschot exact zal zijn, is volgens wethouder Van der Beek nog niet bekend. "Dat weten we pas wanneer de jaarrekening over 2015 gereed is."

Wel kondigde de gemeente enkele weken geleden al aan dat het geld overhoudt op de Wmo. Voor Van der Beek is dat nog niet direct een teken dat de gemeente toe kan met minder geld.

Reserve

"We zijn het afgelopen jaar blijkbaar in staat geweest om efficiënter en goedkoper te werken dan het Rijk, zonder dat er mensen buiten de boot zijn gevallen. Maar voor de toekomst voorzien we wel dat we meer maatwerk zullen moeten treffen, omdat mensen langer thuis blijven wonen. Daarvoor hebben we in 2014 al een bedrag van één miljoen euro gereserveerd. Dat moet in onze ogen voldoende zijn."

Daarom zal het overschot uit 2015 in eerste instantie naar de algemene reserve gaan. "Maar mochten we in de toekomst toch geld te kort hebben, zullen we er altijd geld voor vrij maken om te voorkomen dat mensen tussen wal en schip belanden", belooft hij.

Voorzieningen

Ondanks het overschot heeft de gemeente het afgelopen jaar heel wat voorzieningen verstrekt. Maandelijks kwamen er zo’n 150 tot 200 telefonische vragen binnen bij de integrale toegang aan de Kromstraat en bezochten 55 mensen het welzijnscentrum ook fysiek.

In totaal zijn er in 2015 325 hulpmiddelen zoals rolstoelen en scootmobiels verstrekt, hebben 835 mensen een vervoersvoorziening (bijvoorbeeld Deeltaxi) gekregen, zijn er 330 gehandicaptenparkeerkaarten uitgegeven, zijn er 27 woningen aangepast en tien trapliften geplaatst.

Tussen de 450 en 500 mensen ontvangen huishoudelijke hulp. Zo’n zeventig mensen krijgen individuele begeleiding en zestig mensen krijgen groepsbegeleiding.

Volgens Van der Beek zijn er weinig incidenten geweest over het toekennen van de juiste zorg of hulpmiddelen. "We hebben nog geen tien klachten gehad. Al met al kunnen we dus spreken van een zachte landing."

Tip de redactie