Eeuwenoud ‘jakje’ in Gevangenpoort

De Gevangenpoort heeft een nieuw pronkstuk in haar collectie. Een achttiende-eeuws hemdrok dook bij restauratiewerkzaamheden rond 1950 op in een nauw tochtgat en lag sindsdien opgeslagen in het depot van het Markiezenhof. 

Wethouder Patrick van der Velden neemt bij de onthulling aan de vooravond van de Nationale Kunstweek het woord. “Het jakje kwam rond 1950 tijdens restauratiewerkzaamheden aan de Gevangenpoort tevoorschijn. Daarna lag het decennia lang opgeslagen in het depot van het Markiezenhof. Tijdens de recente restauratie van de Gevangenpoort hebben we besloten het hemdrok te laten restaureren en hier ten toon te stellen. Het jakje is een extra toevoeging aan de toch al rijke historie van de Bergse binnenstad”, aldus Van der Velden.

Geluk

Het jakje is volgens de wethouder een unicum, omdat het in relatief goede staat verkeerde toen het gevonden werd. Jesse van Tetterode legt uit waarom het van wol en linnen vervaardigde kledingstuk zo goed bewaard is gebleven.

“Toen de restaurateurs het aantroffen, zat het jakje opgerold in een smalle nis. Waarschijnlijk stopte iemand het daarin om de tocht tegen te houden. Als het niet opgerold was geweest, was het hemdrok waarschijnlijk vergaan. We hebben er dus geluk mee gehad”, stelt de projectleider Cultuurbedrijf.

Opgelapt

Volgens Van Tetterode is het jakje vermoedelijk gedragen door ten minste één van de kinderen van een bewaker die in de Gevangenpoort woonde en werkte. “Ria Weyts van de Stichting Historische Kostuums vergeleek het hemdrok met andere exemplaren en concludeerde dat het rond 1760 gemaakt is”, vertelt de projectleider.

“Jan Wessels was destijds de cipier van de Gevangenpoort. Hij had vier kinderen, twee zonen en twee dochters. Volgens Weyts is het kledingstuk oorspronkelijk voor jongens bedoeld. “Omdat het jakje meerdere keren is opgelapt, hebben misschien al zijn kinderen het wel gedragen.”

Donkere Kot

Het jakje ligt nu tentoongesteld in een negentiende-eeuwse dekenkist die is omgebouwd tot vitrinekast. De luchtvochtigheid in de kist wordt continu rond de 53 procent gehouden, omdat het kledingstuk op die manier het best behouden blijft. De kist met het hemdrok staat in de ruimte ‘het donkere kot’ van de Gevangenpoort.

Van Tetterode: “Bijzondere voorwerpen komen het meest tot hun recht in hun oorspronkelijke omgeving. We hebben voor het Donkere Kot gekozen omdat die aan de voormalige cipierswoning grenst.”
Het achttiende eeuwse ‘jakje’ is voor het eerst in museum de Gevangenpoort te bewonderen tijdens de Nationale Kunstweek, die nog tot komende zondag duurt.

Tip de redactie