Wat u moet weten over uitstel van uw belastingaangifte

​De acht miljoen mensen die door de fiscus zijn gevraagd om belastingaangifte te doen, zijn verplicht om die op tijd in te vullen. Ondanks dat er dit jaar opnieuw twee maanden voor zijn uitgetrokken, zullen sommigen toch uitstel moeten aanvragen.

Het is tot de deadline van 1 mei mogelijk om uitstel aan te vragen.

Het uitstel kan zowel online als telefonisch bij de Belastingdienst aangevraagd worden. Telefonisch uitstel vragen kan vanaf 1 maart. Het online formulier kan al sinds 2 februari ingevuld worden.

Mensen die online uitstel willen aanvragen, moeten daarvoor met hun DigiD inloggen op Mijn Belastingdienst. Het formulier is te vinden onder het tabblad 'inkomstenbelasting' bij het betreffende jaar.

Binnen vijftien werkdagen ontvangt de aanvrager een schriftelijke reactie van de Belastingdienst. Als de fiscus instemt, dan krijgt de aanvrager vier maanden langer de tijd om aangifte te doen. De nieuwe deadline is dan 1 september.

Het is mogelijk om nog langer uitstel aan te vragen.

De belastingplichtige moet wel goed onderbouwen waarom meer tijd nodig is. Ook moet er in het formulier staan wanneer de aangifte wel gedaan kan worden.

Belastingconsulenten die namens hun klant uitstel willen aanvragen, moeten dat verzoek al voor 1 april hebben ingediend. 

Iemand die na 4 april aangifte doet, moet mogelijk belastingrente betalen.

Iedereen die voor 5 april aangifte heeft gedaan, kan voor 1 juli een belastingaanslag verwachten. In dat geval hoeft er alleen belastingrente betaald te worden als de fiscus afwijkt van de ingediende aangifte.

Maar de Belastingdienst garandeert geen antwoord voor de zomer bij aangiftes die na 4 april zijn gedaan. Belastingplichtigen die na 1 juli een aanslag ontvangen, moeten rente betalen over het bedrag dat ze nog schuldig zijn. De hoogte van dit bedrag is afhankelijk van het moment dat de aanslag wordt opgelegd en hoe hoog de schuld bij de Belastingdienst is.

Mensen die te laat zijn met hun aangifte en ook te laat uitstel aanvragen, kunnen een boete krijgen.

De Belastingdienst stuurt eerst een herinnering als de aangifte op 1 mei nog niet binnen is. Als de belastingplichtige dan nog geen aangifte doet, volgt een aanmaning. Daarin staat een nieuwe termijn genoemd waarbinnen de aangifte alsnog verstuurd moet worden. Als de aangifte na die nieuwe termijn nog niet binnen is, dan wordt een verzuimboete opgelegd.

De fiscus verstuurt een ambtshalve aanslag als iemand helemaal geen aangifte doet. De Belastingdienst maakt dan een inschatting van het bedrag waarover belasting wordt geheven. Ook in dat geval volgt een verzuimboete.

In sommige gevallen is het verplicht om zelf een aangifte aan te vragen.

Dat geldt voor mensen die geen uitnodiging hebben ontvangen, maar wel een teruggaaf van belasting verwachten. Dit moet binnen vijf jaar na afloop van het jaar waarover de aangifte gaat.

Mensen die denken belasting te moeten betalen, moeten ook een aangifte aanvragen. Voor de inkomstenbelasting geldt dat dit binnen zes maanden na het ontstaan van de belastingschuld gedaan moet worden. Als het gaat om erfbelasting, dan staan er acht maanden voor. Voor schenkbelasting is de termijn twee maanden na het kalenderjaar waarin de schenking is gedaan.

Als mensen in deze gevallen niet of te laat vragen om toezending van een aangifteformulier, dan kunnen ze een verzuimboete krijgen. De fiscus zal geen boete opleggen, als de bovengenoemde termijnen met twee weken worden overschreden.

De verzuimboete kan oplopen tot honderden euro's. 

De boete is 369 euro voor iemand die niet of niet op tijd aangifte doet voor inkomstenbelasting, erfbelasting en schenkbelasting.

De boete is 2.639 euro voor degenen die niet of te laat vragen om een toezending van een aangifte. Iemand die vaker verzuimt, kan uiteindelijk een boete van 5.278 euro krijgen.

Iemand die opzettelijk geen aangifte doet, krijgt een vergrijpboete. 

De vergrijpboete wordt ook opgelegd als iemand opzettelijk een aangifte onjuist of onvolledig invult.
In het geval van opzet komt de boete neer op de helft van de belasting die over het verzwegen bedrag betaald moest worden. Bij grove schuld is de boete een kwart van dat bedrag. Er is bijvoorbeeld sprake van grove schuld als iemand laakbaar slordig of ernstig nalatig is geweest.

De boete loopt op naar 150 procent voor mensen die expres hun inkomen uit sparen en beleggen in box 3 niet of onjuist hebben ingevuld. Bij grove schuld is dat 75 procent.

De Belastingdienst beoordeelt per geval of er redenen zijn om de boete te verhogen of juist te verlagen bij verzachtende omstandigheden.

Lees meer over:

Spaartaks

Spaartaks
Wanneer wordt belasting op spaargeld eerlijker?

Uitstel

Uitstel
Wat u moet weten over uitstel van uw belastingaangifte.
Tip de redactie