Rutte heeft meer tijd nodig voor Oekraïne-verdrag

Vanwege de gebeurtenissen rond de Brexit is het premier Mark Rutte niet gelukt om nog voor de zomer tot een besluit te komen of het kabinet de uitslag van het Oekraïne-referendum zal overnemen.

Hij verwacht nog weken, zo niet maanden nodig te hebben om tot een oplossing te komen, zei hij dinsdag in debat in de Tweede Kamer.

In april stemde een meerderheid tegen het associatieverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne. Na het referendum vroeg de premier de Kamer de tijd om nog voor de zomer "een antwoord te formuleren dat recht doet aan de uitslag."

Daarvoor wilde het kabinet opnieuw onderhandelen met de overige 27 landen die het verdrag al geratificeerd hebben, maar vanwege de Brexit is het hem niet gelukt is om de uitslag van het Oekraïne-referendum met zijn Europese collega's te bespreken.

"Daar was in Bussel geen grote interesse voor vanwege de Brexit", zei Rutte. Hij zei zijn collega’s wel duidelijk te hebben gemaakt dat Nederland het associatieverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne, zoals dat er nu ligt, niet kan ratificeren.

Verzet

Het kabinet zal proberen 'zo snel mogelijk' tot een besluit te komen. "Maar wat wij willen zal op verzet stuiten", zei de premier.

Volgens Rutte is een aanpassing van het verdrag de beste oplossing. "Anders geven wij de onvrede, ongenoegen en grieven van de nee-stemmers geen plaats", aldus Rutte.

De andere optie is dat de overige 27 landen, die het verdrag wel hebben geratificeerd, een intergouvernementeel verdrag afsluiten. De wens van het nee-kamp, dat het verdrag van tafel wordt geveegd, zal daarmee niet vervuld worden.

Aanpassen

Rutte proefde echter wel dat er in Brussel weinig belangstelling was om het verdrag aan te passen. De kans dat Nederland het verdrag dan ook zal ondertekenen, is volgens de premier "klein".

VNL, de partij van ex-PVV'ers Bontes en Van Klaveren, vindt dat Rutte zijn belofte om voor de zomer met een standpunt te komen niet is nagekomen. Kamerlid Bontes diende daarom een motie van wantrouwen in.

Omdat er niet genoeg Kamerleden aanwezig waren voor het quorum, is er woensdagochtend gestemd. Alleen de SP, PVV, PvdD en 50plus schaarden zich achter de motie. Daarmee was er, zoals verwacht, geen meerderheid.

Tip de redactie