Achtergrond: Oekraïne-referendum brengt kabinet in lastig parket

Woensdag debatteert de Tweede Kamer met premier Mark Rutte en minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) over de uitkomst van het referendum. Het duidelijke 'nee' tegen het associatieverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne brengt het kabinet in een lastig parket. Wat nu?

De Kiesraad bevestigde dinsdag dat een ruime meerderheid (61 procent) van de kiezers die is gaan stemmen tegen het verdrag met Oekraïne is. Omdat het een raadgevend referendum betreft, is het kabinet verplicht de ondertekening van het verdrag te heroverwegen. 

Premier Rutte zei vorige week na de eerste exitpolls dat het kabinet het associatieverdrag "niet zonder meer" kan ondertekenen.

Minister Koenders schreef dinsdag in een brief aan de Kamer dat het kabinet pas uiterlijk in september met een evaluatie van het referendum komt. Dat betekent niet dat het kabinet dan ook een knoop doorhakt of het de uitslag overneemt of naast zich neerlegt.

Die beslissing kan maanden op zich laten wachten. Omdat het gaat om het eerste raadgevend referendum dat ook nog eens 'nee' zegt tegen een Europees verdrag waar al 27 lidstaten mee hebben ingestemd, bevindt het kabinet zich in een lastig parket. 

Gezichtsverlies

Het zou een ongekend gezichtverlies betekenen als Rutte als (tijdelijk) voorzitter van de EU het verdrag zou blokkeren, terwijl hij onlangs nog de Britse premier David Cameron ervan probeerde te overtuigen om vooral vóór Europese samenwerking te kiezen om een Brexit, een vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, te voorkomen.

Door het besluit over het voorzitterschap heen te tillen (tot eind juni) kan Nederland dat tot een goed einde brengen, maar dan schuift het besluit wel steeds verder op richting de verkiezingen van maart 2017. Het zal de VVD de nodige hoofdbrekens opleveren om het eurosceptische electoraat, dat zich nu vooral verenigt in de PVV, niet van zich te vervreemden.

'Nee'

Partijen in de Tweede Kamer vinden dat het kabinet met een oplossing moet komen die "recht doet" aan de uitslag. Een meerderheid in de Kamer vond al dat de uitslag moet worden overgenomen, maar worstelt zelf ook met de vraag hoe nu verder. De PVV, SP en PvdD waren van meet af aan tegen het verdrag en zijn ook duidelijk in hun boodschap: nee is nee, dus niet ratificeren.

Opvallend is dat ook D66 zich dinsdag in dat kamp meldde. Kamerlid Kees Verhoeven vindt dat het kabinet het verdrag zo snel mogelijk moet intrekken en in gesprek moet gaan met de tegenstanders. Hij vindt niet dat de referendumwet daarmee verheven wordt tot een bindend referendum, maar voegt er wel aan toe dat na het besluit nog eens goed moet worden gekeken naar bijvoorbeeld de opkomstplicht. Die ligt nu op minimaal 30 procent. 

Vertrouwen

De VVD, die principieel tegen referenda is, vindt dat het kabinet de ruimte moet krijgen om de uitkomst ook daadwerkelijk te evalueren, zodat het kabinet een zorgvuldige heroverweging kan maken, zoals ook in de wet staat. 

Kamerlid Han ten Broeke (VVD): "Het gaat me vooral om de inhoud, niet om de hoe-vraag. Het kabinet moet de ruimte krijgen om recht te doen aan de uitslag. Daar moeten we aan tegemoet kunnen komen. Daarbij zal ook met de Europese Unie gesproken moeten worden. Sterker nog, er zal met Oekraïne moeten worden gesproken."

Ook het CDA zag dit referendum nooit zitten, is voor het verdrag, maar vindt wel dat de uitkomst moet worden overgenomen. "Dit leidt tot meer schade van het vertrouwen", aldus Sybrand Buma. In het belang van het vertrouwen in de politiek moet de uitslag daarom worden overgenomen, vindt hij.

Onduidelijk

De PvdA zei al in een eerder stadium dat het kabinet de uitslag van de volksraadpleging moet overnemen, maar weet ook niet goed wat er vervolgens moet gebeuren.

Diederik Samsom: "Er ligt een moeilijke opdracht voor het kabinet." Hij wijst er op dat 80 procent van het verdrag betrekking heeft op handel. "Daar gaan wij niet over, maar de Europese Commissie."

Het debat begint woensdag om 19.00 uur.

Lees meer over:
Tip de redactie