Wetenschapper: 'Huwelijk kent risicofactoren'

NIJMEGEN - De combinatie van kroonprins Willem-Alexander en Máxima Zorreguieta is niet de meest gelukkige als het gaat om het risico dat het huwelijk uitloopt op een echtscheiding. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat verschil in religie en verschillende etnische afkomst twee belangrijke oorzaken zijn voor het mislukken van een verbintenis.

Socioloog J. Janssen promoveert eind deze maand aan de Katholieke Universiteit Nijmegen op een onderzoek naar het huwelijkssucces van menselijke tegenpolen. Janssen onderzocht het verloop van bijna een miljoen huwelijken die tussen 1974 en 1984 zijn gesloten in Nederland.

Hij volgde de paren tot 1994 via gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en onderzocht tevens de uitkomsten van een in 1998 gehouden landelijke enquête naar echtscheidingen.

"Ik heb het verloop van alle soorten gemengde huwelijken onderzocht. Geloof en etnische afkomst hebben inderdaad een sterke negatieve invloed. Maar er zijn gelukkig nog altijd meer gemengde huwelijken die wel slagen dan die op een echtscheiding uitlopen." Van de op dit moment gesloten huwelijken zal bijna eenderde in echtscheiding eindigen.

Een huwelijk tussen een protestant (Willem-Alexander) en een katholiek (Máxima) loopt jaarlijks een 59 procent grotere kans op een echtscheiding dan een verbintenis tussen mensen met dezelfde kerkelijke achtergrond.

Risico

Ook als de partners niet meer actief naar de kerk gaan, is het effect van de gezindte aanwezig, aldus Janssen. Alleen een huwelijk van een katholiek persoon met een onkerkelijke partner scoort nog slechter. Ook het verschil in nationaliteit is een zeer grote risicofactor.

Het prinselijk paar voldoet echter ook aan een aantal kenmerken dat juist meer kans geeft op een geslaagd huwelijk. Zo scheiden relatief weinig mensen die min of meer van dezelfde leeftijd zijn en die al wat ouder zijn als ze trouwen.

Goed zoeken en meer potentiële huwelijkskandidaten uitproberen, zoals Willem-Alexander heeft gedaan, geeft een duidelijk lagere scheidingskans. Ook de hoge sociale afkomst van bruid en bruidegom en de status van hun ouders heeft een gunstig effect, aldus de onderzoeker.

Uit het onderzoek van Janssen komt naar voren dat een hogere opleiding of een hogere leeftijd van de vrouw nog steeds een risicofactor is. Ook paren die samenwonen voor het huwelijk scheiden vaker.

Janssen verklaart dat door te stellen dat samenwonende paren een modernere kijk op het huwelijk hebben. "Het huwelijk is voor hen geen doel op zich, maar een middel om gelukkig te worden. Als dat niet meer zo is gaan deze paren makkelijker uit elkaar, ongeacht of er kinderen zijn."

De promovendus heeft geen 'recept' voor een geslaagd huwelijk maar hij kan op grond van zijn onderzoek wel de gelukkigste combinatie samenstellen: "Een niet te jong paar van dezelfde nationaliteit en met een gereformeerd geloof, waarvan de man iets ouder en iets beter opgeleid is, en met een vergelijkbare sociale afkomst scoort het best."

"Een heel groot leeftijdsverschil tussen man en vrouw of een groot verschil in afkomst of geloof blijft ook in de huidige tijd een probleem", zegt Janssen.

Tip de redactie