OM laat DNA-onderzoek doen in hoop ouders containerbaby te vinden

Het Openbaar Ministerie (OM) zet een volgende stap in het onderzoek naar de ouders van de containerbaby: het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft de opdracht gekregen om een DNA-verwantschapsonderzoek uit te voeren.

De baby werd eind oktober 2014 levend gevonden in een container aan de Fritz Conijnstraat in Nieuw-West. Dankzij een voorbijganger die huilgeluidjes uit de container hoorde komen, kon het pasgeboren kindje op tijd gered worden.

De baby, een meisje met kleding aan, bleek tien tot twintig dagen oud te zijn op het moment dat ze werd gevonden. De politie gaat er vanuit dat de baby in het ziekenhuis is geboren, omdat ze een hielprik heeft gehad. 

Ondanks intensief onderzoek zijn de ouders van de baby nog steeds niet gevonden. Het OM had onder meer het RIVM om hulp gevraagd. Vanwege de hielprik hoopte justitie door vergelijking van DNA-profielen met een selectie van hielprikkaarten bij het RIVM informatie te achterhalen die kon leiden tot de identiteit van de moeder. Het RIVM weigerde deze gegevens te delen. 

Beroepsgeheim

"Het medisch beroepsgeheim doorbreken kan alleen bij heel hoge uitzondering, in zwaarwegende zaken die een gevaar zijn voor bijvoorbeeld moeder of kind. En dat is nu niet het geval", vertelde een woordvoerder eerder. 

Het OM laat nu door het NFI een DNA-verwantschapsonderzoek uitvoeren. Hierbij wordt aan de hand van het DNA-profiel van de baby in de DNA-databank voor strafzaken gezocht naar biologische verwanten.

Wil een verwantschapsonderzoek succesvol zijn, dan moet er wel een DNA-profiel van een familierelatie in de databank zitten. Het DNA-verwantschapsonderzoek zal naar verwachting enkele maanden duren.

Tip de redactie