Toplijst Amsterdamse kunst krijgt 62 miljoen

Voor de culturele instellingen in Amsterdam die op de zogeheten toplijst staan, is van 2017 tot en met 2020 ruim 62 miljoen euro aan gemeentelijke subsidie per jaar beschikbaar.

Het gaat om 21 musea, theaters, concertzalen, festivals en muziek- en theatergezelschappen die als onmisbaar en iconisch voor de stad worden gezien en daarom op de lijst Amsterdamse Basisinfrastructuur (A-Bis) staan.

Hoe het subsidiebedrag over de 21 instellingen moet worden verdeeld, staat in een advies dat de Amsterdamse Kunstraad woensdag heeft uitgebracht. De grootste bijdrage, 11,9 miljoen euro, is bestemd voor het Stedelijk Museum, op de voet gevolgd door Nationale Opera & Ballet (11,2 miljoen).

Het Amsterdam Museum kan rekenen op ruim 8 miljoen euro per jaar, het Koninklijk Concertgebouworkest op 6,1 miljoen. Onder de ontvangers van de toplijst zijn verder het Muziekgebouw aan 't IJ, de Stadsschouwburg, Paradiso, Toneelgroep Amsterdam en documentairefestival IDFA.

Hoger budget

In de lopende subsidieperiode kregen de 21 instellingen samen 59,7 miljoen euro. Het budget gaat dus iets omhoog. Zeven instellingen krijgen daarnaast de komende jaren ook subsidie van het Rijk.

Voor overige cultuurinstellingen in de stad die niet op de toplijst staan, is 23,9 miljoen beschikbaar. Dat geld wordt verdeeld door het Amsterdams Fonds voor de Kunst. Welke van die instellingen de komende jaren gemeentelijke subsidie kunnen verwachten, wordt op 1 augustus bekendgemaakt.

Mail de redactie

Mail de redactie
Heeft u tips of opmerkingen over het regionale nieuws op NU.nl? Mail dan de redactie op:
Tip de redactie