Justitie blijft bij taboe op inzet burgerinfiltrant

DEN HAAG - Minister Ernst Hirsch Ballin van Justitie heeft pogingen om de inzet van burgerinfiltranten opnieuw bespreekbaar te maken definitief afgekapt. Hij houdt vast aan het verbod op opsporingsmethoden waarbij de politie gebruik maakt van criminele burgerinfiltranten.

Dat zei de minister donderdag in de Tweede Kamer tijdens de behandeling van de begroting voor 2007 van zijn ministerie. Hirsch Ballin ziet geen aanleiding om de huidige regels voor bijzondere opsporingsbevoegdheden aan te passen.

Terrorisme

Topman Tom Driessen van de Nationale Recherche pleitte er begin deze maand voor burgerinfiltranten weer in te zetten in de strijd tegen de georganiseerde misdaad. Korpschef Peter van Zunderd van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) schaarde zich achter het voorstel.

Na vragen van de VVD maakte de minister van Justitie donderdag duidelijk dat de inzet van infiltranten verboden blijft, tenzij het gaat om de bestrijding van terrorisme. Ook het verbod op het doorlaten van drugs werkt volgens hem goed in de praktijk. De CDA-bewindsman wees erop dat ook de Raad van Hoofdcommissarissen dat vindt.

IRT-affaire

De inzet van omstreden opsporingsmethoden veroorzaakte in 1993 de zogeheten IRT-affaire. Eind mei 1994 leidde die zaak ertoe dat twee ministers aftraden, onder wie Hirsch Ballin zelf. Ook de Amsterdamse procureur-generaal R. van Randwijck vertrok. De opsporingsmethoden werden daarop aan banden gelegd.

Tijdens de begrotingsbehandeling werd ook duidelijk dat de rechtspraak er de komende jaren miljoenen euro bijkrijgt om de kwaliteit van het werk te verbeteren. De minister stelt volgend jaar 8 miljoen euro beschikbaar, waarna dat bedrag oploopt tot 24 miljoen euro in 2010. De rechtspraak, die de afgelopen twee jaar een eigen vermogen heeft opgebouwd, trekt eenzelfde bedrag uit.

Daardoor is er in 2010 in totaal 48 miljoen euro beschikbaar voor verbetering van de kwaliteit.

Modernisering

Het ministerie en de Raad voor de Rechtspraak hebben hierover recent een akkoord bereikt, meldde de bewindsman. Aanleiding hiervoor vormden de conclusies van een commissie die onderzoek heeft gedaan naar de gevolgen van de modernisering van de rechtspraak. De commissie constateerde onder meer dat medewerkers van gerechten over de toegenomen werkbelasting klagen en dat de kwaliteit van de rechtspraak volgens hen onder druk is komen te staan.

Een pleidooi van D66 om een groot onderzoek in te stellen naar de effecten van het terrorismebeleid kan niet rekenen op bijval van Hirsch Ballin, zei hij bij de begrotingsbehandeling. Het beleidsterrein is volgens de minister nog te veel in ontwikkeling voor een dergelijk totaaloverzicht.

De bewindsman wees er wel op dat de antiterreurwetgeving elk jaar wordt bekeken. Het is volgens hem de taak van bijvoorbeeld het Openbaar Ministerie om in jaarverslagen de werking van de wetten te evalueren.

Tip de redactie