Aanklachten in onderzoek olie-voor-voedsel-schandaal

NEW YORK - De voormalig directeur van het zogeheten olie-voor-voedsel-programma van de Verenigde Naties, Benon Sevan, is dinsdag in de Verenigde Staten aangeklaagd.

Het Openbaar Ministerie beschuldigt hem van het aannemen van steekpenningen, fraude en omkoping bij de uitvoering het VN-hulpprogramma in Irak, meldde de Amerikaanse nieuwszender Foxnews dinsdag.

Nadler

De Cyprioot Sevan hangt indien schuldig bevonden een celstraf van maximaal vijftig jaar boven het hoofd. Een tweede verdachte genoemd in de aanklacht, Ephraim Nadler, zou zelfs tot 110 jaar kunnen krijgen. Hij zou ook verboden financiƫle transacties met Irak hebben gehad.

Sancties

Het olie-voor-voedsel-programma was tussen 1996 en 2003 bedoeld om de hongerende Iraakse bevolking te voeden met de opbrengsten uit de verkoop van Iraakse olie. Na de invasie in Koeweit in 1990 legde de internationale gemeenschap zware economische sancties op aan Irak. Het programma moest de gevolgen daarvan voor de bevolking verzachten.

In de praktijk werd echter een deel van de olieopbrengsten doorgesluisd naar buitenlandse bankrekeningen op naam van Saddam Hussein. Ook zouden vele miljoenen dollars in de vorm van steekpenningen in de zakken van zakenlieden en corrupte buitenlandse functionarissen zijn verdwenen.

Schulden

Sevan heeft volgens een intern VN-onderzoek een actieve rol gespeeld bij de verkoop van Iraakse olie, terwijl hij daar juist toezicht op had moeten houden. Volgens de Amerikaanse aanklacht die er nu tegen hem ligt, heeft hij van Nadler 160.000 dollar toegestopt gekregen.

Met het geld loste de Cyprioot, die in augustus 2005 naar verluidt vluchtte naar zijn vaderland, schulden af en betaalde hij creditcardrekeningen.

Tip de redactie