LPF waagt opnieuw poging met minimumstraf

AMSTERDAM - De LPF onderneemt opnieuw een poging minimumstraffen in te voeren voor moord en doodslag. Dat zegt Kamerlid Joost Eerdmans maandag in de Volkskrant. Hij wil dat moordenaars gegarandeerd vijftien jaar in de cel zitten en plegers van doodslag minstens tien jaar. Eerdmans lijkt niet te kunnen rekenen op veel steun van andere regeringspartijen.

Eerder bleek uit onderzoek van Eerdmans dat veroordeelden voor moord in de praktijk gemiddeld zes jaar achter de tralies zitten. Na een veroordeling voor doodslag brengt de veroordeelde gemiddeld drie jaar en vier maanden in de cel door.

Motivatie

Drie jaar geleden haalde een LPF-voorstel voor de invoering van minimumstraffen het niet. Het kabinet meende toen dat het vertrouwen van burgers in de rechtsstaat beter hersteld kan worden door een betere motivatie van de vonnissen. Het toenmalige wetsvoorstel was te weinig onderbouwd, zegt Eerdmans in de Volkskrant.

De drie regeringspartijen en de PvdA, de SP en GroenLinks zien niets in de invoering van minimumstraffen voor moord en doodslag. Het voorstel van LPF-Kamerlid Joost Eerdmans lijkt al gesneuveld voordat het is ingediend.

"Alleen minimumstraffen vinden wij te rigide", zegt Kamerlid Coskun Cörüz namens de CDA. VVD-er Frans Weekers is van mening dat een rechter de volledige bevoegdheid moet behouden om een strafmaat te bepalen. "De ene moord is de andere niet." Regeringspartij D66 heeft hetzelfde standpunt.

Het nieuwe wetsvoorstel kan nog voor de verkiezingen van 22 november worden behandeld in de Tweede Kamer, verwacht Eerdmans.

Tip de redactie