H5N1 vastgesteld in Franse veehouderij (video)
PARIJS - Op een boerderij in Frankrijk zijn voor het eerst besmettingsgevallen aangetroffen met het potentieel voor mensen dodelijk H5N1-virus. Dat maakte het Franse ministerie van Landbouw in de nacht van vrijdag op zaterdag bekend.
Bekijk video: Modem/ Breedband
Het is de eerste keer dat er binnen de Europese Unie besmettingsgevallen zijn geconstateerd bij pluimvee op een veehouderij. Eerder werd er al onder meer vastgesteld dat wilde eenden in Frankrijk besmet waren met het virus dat vogelgriep kan veroorzaken.
Geruimd
Het H5N1 werd ontdekt op een kalkoenfokkerij in de regio Ain ten noordoosten van Lyon. Alle 11.000 dieren zijn inmiddels geruimd en vernietigd. Het boerenbedrijf bij de plaats Joyeux wordt gedesinfecteerd, aldus het ministerie. De brandhaard ligt vlakbij een plek waar eerder de besmette wilde eenden werden aangetroffen.
Het getroffen departement herbergt een grote pluimveesector, onder meer befaamd om de Bresse-kippen.
Vrachtwagens
Vrachtwagens, die pluimvee of broedeieren naar Frankrijk hebben vervoerd, moeten bij terugkomst in Nederland extra gereinigd en ontsmet worden. Die extra maatregel is nodig, omdat op een kalkoenfokkerij in Frankrijk het gevaarlijke vogelgriepvirus H5N1 is vastgesteld.
Volgens woordvoerder B. Bruggink van het ministerie van Landbouw gaat het om een standaardmaatregel, die geldt wanneer sprake is van besmetting met vogelgriep in een lidstaat van de Europese Unie. In de praktijk betekent dat dat de trucks in Frankrijk en in Nederland gereinigd en ontsmet worden.
Handel
Voor de handel in pluimveeproducten met Frankrijk heeft de uitbraak nog geen consequenties, zei de woordvoerder zaterdag. Frankrijk, zelf de grootste exporteur van pluimveeproducten in Europa, is voor de Nederlandse sector een kleine klant. Jaarlijks gaat ruim 4 procent van het geëxporteerde pluimveevlees en ongeveer 1 procent van de eieren naar Franse afnemers, blijkt uit cijfers van de Productschappen Vee, Vlees en Eieren (2004).
Beperkingen
Niet alleen pluimveebedrijven maar ook andere veehouderijen zullen bij een uitbraak van de vogelgriep te maken krijgen met beperkingen voor bijvoorbeeld het vervoer van dieren en mest. Dat blijkt uit de conceptversie (februari 2006) van het Beleidsdraaiboek Aviaire Influenza.
Andere dieren
De beperkingen zijn nodig omdat ook andere dieren dan pluimvee een rol kunnen spelen bij de verspreiding van het virus. Paarden, varkens, katten en "waarschijnlijk ook de hond" zijn gevoelig voor vogelgriep en kunnen de ziekte ontwikkelen, staat in het draaiboek.
Koeien, schapen en geiten zijn ongevoelig voor de ziekte, maar kunnen net als mensen bijvoorbeeld stukjes besmette mest verslepen en zo voor verspreiding zorgen. "Daarom zullen ook voor die categorie dieren beperkende maatregelen gelden."
In principe zullen de rijksmaatregelen "niet onnodig ingrijpend" en van zo kort mogelijke duur zijn. Ook maakt het draaiboek onderscheid tussen veehouderijen met en zonder (commercieel) pluimvee.
Voor bedrijven met de minst gevoelige dieren zijn de beperkingen in eerste instantie toch groot. Wordt bijvoorbeeld een melkveebedrijf met wat pluimvee verdacht van besmetting met vogelgriep dan gaat de boerderij volledig op slot. De boer mag geen melk afvoeren, koeien in de wei zetten of dieren naar het slachthuis brengen. Scharrelen geen kippen rond de koeien, zijn dat soort zaken na enkele dagen onder strikte voorwaarden vaak wel weer toegestaan.
Boeren
De Productschappen Vee, Vlees en Eieren (PVE), die delen van het draaiboek naar de veehouders hebben gestuurd, roepen de boeren op zich voor te bereiden op een vogelgriepuitbraak. Omdat voor alle veehouders in een besmet gebied een verbod op het vervoer van veevoer geldt, adviseert het schapsbestuur een voervoorraad aan te leggen om zo nodig ten minste drie dagen van beperkingen te kunnen overbruggen.

Startpagina