'VS negeerden opsporingsverbod Zwarte Cobra'

NEW YORK/DEN HAAG - De Amerikaanse opsporingsautoriteiten hebben in het onderzoek naar de meermalen veroordeelde drugshandelaar Henk R. een Nederlands opsporingsverbod genegeerd. Dit blijkt volgens de advocaat van R., M. Teurlings, uit documenten die recent naar boven zijn gekomen.

Dinsdag begon in New York het proces tegen de 54-jarige Nederlander, alias de Zwarte Cobra. Hij wordt verdacht van voorbereidingen om XTC naar New York te smokkelen.

De advocaat heeft zich donderdag in een brief aan minister Donner van Justitie beklaagd over de gang van zaken. Hij schrijft dat uit tapgesprekken blijkt dat een Nederlandse informant samen met een Amerikaanse DEA-agent onder meer in Nederland heeft geprobeerd om R. te bewegen XTC naar de VS te smokkelen. Dat gebeurde vanaf april 2000.

Uitlokking is in Nederland een verboden opsporingmiddel. Justitie in Nederland had een Amerikaans verzoek hiertoe van de Amerikaanse organisatie voor drugsbestrijding DEA dan ook afgewezen. De Amerikanen blijken hun operatie nu toch op eigen houtje te hebben voortgezet, concludeert Teurlings.

Opheldering

Daarover wil de advocaat nu opheldering van Donner. "Als de VS de Nederlandse weigering hadden nageleefd, had mijn cliënt nu niet als verdachte voor de rechtbank in New York gestaan."

Teurlings verwijst in zijn brief naar eerdere uitlatingen van Donner aan de Tweede Kamer. In augustus 2004 antwoordde de bewindsman op kamervragen over deze kwestie dat hij geen aanwijzing had, dat de Amerikanen zich in Nederland hadden schuldig gemaakt aan verboden opsporingsactiviteiten.

Stappen

De advocaat wil nu van Donner weten of hij hiervan echt niet op de hoogte was. Ook wil de raadsman van Donner horen welke stappen de minister nu tegen de VS gaat ondernemen.

Een woordvoerder van het ministerie van Justitie zegt donderdag de brief van Teurlings nog niet te kennen. "Die willen we eerst afwachten. Daarna gaan we kijken of en eventueel welke stappen we gaan ondernemen."

Kritiek

Eerder werd door deze zaak al duidelijk dat de VS ernstige kritiek op de Nederlandse procedures hebben als het gaat om drugsbestrijding. De Amerikanen vinden ze hinderlijk en log en het stuit ze ook flink tegen de borst dat hun straffen in Nederland meestal worden ingekort. Daarom hebben de Amerikanen de Zwart Cobra niet in Nederland maar in Spanje laten aanhouden. Nu hoeven de Amerikaanse autoriteiten zich bij de berechting van R. niet aan Nederlandse voorwaarden te houden.

In Nederland ligt juist de samenwerking met de VS geregeld onder vuur, omdat de regering juist de Amerikanen te veel tegemoet zou komen. Een van de kritiekpunten is dat Nederland de belangen van zijn eigen onderdanen niet goed behartigt. De staat zou de door Amerika opgevraagde verdachten moeten beschermen, omdat zij in de VS geen eerlijk proces zouden krijgen.

Vertrouwen

Minister Donner wijst echter voortdurend op het vertrouwensbeginsel: Nederland mag ervan uitgaan dat de VS voldoen aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Volgens Teurlings is deze zaak een schoolvoorbeeld van het ongelijk van Donner.

Tip de redactie