Apotheken bewaken medicatie onvoldoende

DEN HAAG - Veel apotheken doen hun werk in avond, nacht en weekeinde niet goed doordat ze niet weten welke medicijnen de patiënt al gebruikt. Dat is een groot risico, omdat de patiënt medicijnen kan krijgen die de werking van andere geneesmiddelen beïnvloeden of allergische reacties veroorzaken.

Dit blijkt uit een donderdag verschenen onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) naar de zogenoemde dienstapotheken. In deze nieuwe dienstenstructuur werken apothekers uit een groot gebied buiten kantooruren samen op één vast adres, vergelijkbaar met huisartsenposten.

Geen toegang

De meeste patiënten gaan voor geneesmiddelen overdag naar hun reguliere apotheek, die hun medicatiegegevens beheert. Dienstapotheken hebben vaak geen toegang hebben tot deze gegevens, waardoor de medicatiebewaking afhankelijk is van de informatie die de patiënt geeft. Volgens de inspectie heeft de helft van de dienstapotheken inzage in het dossier door een koppeling met de 'eigen' apotheek van de patiënt.

Verder werken in één dienstapotheek soms tientallen apothekers en ruim honderd assistenten. De onderlinge afstemming is vaak slecht. Daarom moet de beroepsorganisatie van apothekers, de KNMP, richtlijnen ontwikkelen voor de organisatie van dienstapotheken.

Afstand

Soms is de afstand tussen de woonplaats van een patiënt en de dienstapotheek meer dan 30 kilometer, constateert de inspectie. Dan is het niet mogelijk te voldoen aan de norm om binnen 20 minuten spoedeisende farmaceutische zorg te verlenen.

Tip de redactie