'Een op de vijf vluchtelingen voelt zich niet welkom in Nederland'

Ongeveer één op de vijf vluchtelingen (18 procent) voelt zich niet welkom in Nederland. Dat kan bijvoorbeeld komen door de diverse buurtprotesten tegen de komst van opvanglocaties.

Vrijwel iedereen zegt wel eens een negatieve ervaring te hebben gehad. Twee derde voelt zich welkom.

Dat blijkt uit een onderzoek waar EenVandaag zaterdag mee komt. Het programma bezocht opvanglocaties in Almere, Haarlem, Katwijk, Nijmegen, Rosmalen, Arnhem en het Groningse Blauwestad en zeshonderd vluchtelingen kregen een vragenlijst voorgelegd.

Vluchtelingen in Nederland vinden ons land over het algemeen niet racistisch. Dat Nederland onder vluchtelingen een positief imago heeft op het gebied van discriminatie is voor 70 procent zelfs één van de voornaamste redenen om hierheen te komen.

Ook zou blijken uit het onderzoek dat vluchtelingen in Nederland aankloppen vanwege de korte procedures voor asielaanvraag en gezinshereniging. Driekwart (76 procent) vindt dat goed is uitgelegd hoe de asielprocedure werkt. Wanneer ze eenmaal in Nederland zijn, willen vluchtelingen graag blijven, ongeacht de situatie in hun land van herkomst.

Asielzoekerscentrum

In het asielzoekerscentrum (azc) voelt 17 procent zich onveilig. Een grote meerderheid (72 procent) voelt zich er wel op z'n gemak.

De toekomstverwachtingen zijn hoog gespannen, zo blijkt uit het onderzoek van EenVandaag: door extra opleidingen te volgen en goed Engels te spreken verwachten ze snel iets terug te kunnen doen voor de Nederlandse maatschappij. Slecht 2 procent van de ondervraagden wil een bestaan opbouwen in een ander Europees land.

Van de asielzoekers die aan het onderzoek hebben meegedaan komt driekwart uit Syrië, de rest vooral uit Iran en Irak. Vier op de vijf ondervraagden is jonger dan veertig jaar; 88 procent is man.

In 60 seconden: Asielprocedure in Nederland

Animatie door In60seconds

Lees meer over:

Dagelijkse nieuwsbrief

Dagelijkse nieuwsbrief
Elke ochtend rond 6.00 uur weten wat het nieuws wordt?
Tip de redactie